De sleutel voor een goed leven ligt in balans. Niet te actief, niet te passief. Niet te hard, niet te zacht. Het is eenvoudig je in een van de uitersten te verliezen en uit het centrum, uit het middelpunt, uit balans te raken.

De uitersten zijn bij tijd en wijlen verleidelijk, zelfs verslavend en makkelijk om aan gehecht te raken of om je mee te gaan identificeren. Daarom zijn ze ook zo moeilijk om te vermijden.

Zo is het ook in de beoefening van lichaamskunsten. Fascinatie met de extremen is eerder beschadigend dan ondersteunend. Zeker voor mensen die al een leven van verkeerd aangeleerde patronen en bewegingen geleid hebben. Je zou kunnen zeggen dat dat al een vorm van extreemheid is, die veelal gepaard gaat met verharding en verstijving.

Dat is waarom we in de lessen zo vaak rustig en langzaam bewegen. Het tegendeel is al veel te goed getraind. Zoals ik vaak benoem:

Als we hardheid als centraal achterliggend probleem formuleren, dan kan hardheid geen deel zijn van de oplossing, maar moeten we zachtheid oefenen.

Het jezelf de hele tijd maar voorbij lopen is een teken van verstoorde balans. Nog harder lopen door ook nog hard te gaan trainen voegt alleen maar balansverstoring toe. Dat valt soms rauw op het dak, wanneer je ineens tot stilstand komt of wordt gedwongen.

Soms is stilstaan al een hele vooruitgang…
Het helpt daarbij de balans weer in evenwicht te krijgen.

Kom gerust eens een proefles meedoen.