Home » Learn More » Trauma » De fawn-respons – als je continu in de overleefstand staat

De fawn-respons – als je continu in de overleefstand staat

Inleiding

De meeste mensen weten dat we bij extreme stress in de fight of flight stand kunnen gaan. We gaan vechten of vluchten. Dat freeze (bevriezen of verstarren) daar als derde respons bij hoort, is voor velen ook bekend. Maar dat is niet het hele verhaal.

Vanuit de polyvagaaltheorie weten we inmiddels dat er een sociaal verbindingssysteem is, dat ingeschakeld wordt vóórdat we in de vecht- of vluchtmodus gaan. Als klap op de vuurpijl wordt steeds vaker nóg een respons beschreven, de zogenaamde fawn-respons. Dat maakt dus samen vijf responsen.
Hoe zit dat?

In dit artikel zal ik deze vijf responsen beschrijven. Ik heb vooral aandacht voor de fawn-respons, die voor de meeste mensen het minst bekend is én waarvan de implicaties langzaamaan doordringen.
Ondanks dat fawning zich in toenemende mate in populariteit mag verheugen bij therapeuten en schrijvers over trauma, zijn er een aantal zaken waar je heel weinig over leest:

  • wat is een passende Nederlandse vertaling voor fawn of fawning?
  • hoe verhoudt de fawn-respons zich tot de andere responsen?
  • hoe kun je dit in het dagelijks leven herkennen?
  • welke gevolgen heeft de nieuwe kennis over fawning?

Dus ik besloot daar maar eens iets aan te gaan doen. De eerste versie van dit artikel verscheen juli 2022. Naar aanleiding van de vele (positieve!) reacties én dat wat we noemen “voortschrijdend inzicht”, werk ik momenteel aan een verbeterde tweede editie, die binnenkort zal verschijnen. Je bent nog steeds welkom met opmerkingen en vragen, dat kan onder het artikel. Ik stel dat extra op prijs, omdat het gesprek over de fawn-respons nu pas een beetje op gang komt.

In het artikel vind je een aantal intermezzo’s, dit zijn kleine zijpaden die je desgewenst mag overslaan.
We beginnen met een klein stukje biologie!

Het autonome zenuwstelsel

Het zenuwstelsel speelt een grote rol in het handhaven van onze gezondheid, met name het zogenaamde autonome zenuwstelsel. Dit deel van het zenuwstelsel reguleert helemaal automagisch (=autonoom) allerlei lichaamsfuncties, zoals de spijsvertering, hartslag, bloeddruk en ademhaling. Het is heel prettig dat je de spijsvertering niet zelf hoeft aan te sturen, en dat je ademhaling gewoon doorgaat als je slaapt.

Het autonome zenuwstelsel heeft ook een bepalende rol in onze reactie op stress en ongemakken. Prof. Stephen Porges heeft hierbij baanbrekend werk verricht, dat beschreven staat in zijn polyvagaaltheorie. In het Relaxicon heb ik daar uitgebreid over geschreven.

Stressreacties staan centraal in dit artikel. Daarbij gebruiken we een aantal Engelse f-woorden, die allemaal een Nederlandse v-versie hebben. Recente inzichten omschrijven – naast de bekende fight, flight en freeze responsen – twee stressreacties die ook een plek in de “stress-ladder” verdienen.

Dierlijke reacties

Lange tijd meende de wetenschap dat ons stresssysteem bestond uit fight, flight en freeze. In het Nederlands vechten, vluchten en verstarren. In de dierenwereld zijn deze mechanismen goed te herkennen. Daar zien we ook direct de waarde ervan: soms moet een dier letterlijk vechten voor zijn leven. Antilopen moeten dagelijks rennen voor hun leven (vluchten). Als deze beide mechanismen tekortschieten, dan is verstarren de enige uitweg en hoop om het er levend vanaf te brengen.

Verstarren is dan ook een zinvol en functioneel mechanisme, in tegenstelling tot wat wij mensen denken als we zelf verstarden in een ernstige situatie. Regelmatig krijgt een slachtoffer van geweld te maken met reacties die voortkomen uit het niet begrijpen van de werking van ons zenuwstelsel. Met victim blaming tot gevolg: het slachtoffer krijgt de schuld van wat hem of haar is overkomen: “dan had je je moeten verzetten…”. Daarna kunnen schaamte en schuldgevoel hun destructieve werk doen en kan er secundair trauma ontstaan.

Voor de meeste zoogdieren lijkt het fight-flight-freeze-model voldoende om hun reacties te verklaren. Maar is dat ook zo?

Een mens is een bijzonder ‘dier’…

Wij mensen zijn – ondanks alle fantastische ontwikkelingen van de afgelopen eeuwen, die ons leven gezonder, veiliger en comfortabeler hebben gemaakt – in de biologische zin van het woord ‘gewoon’ zoogdieren. Hogere primaten (= aapachtigen) om preciezer te zijn.

Ons stresssysteem is nog steeds afgestemd op fysiek gevaar, op leeuwen en andere externe dreigingen. Maar ons leven is tegenwoordig vooral gevuld met psychologisch gevaar. Volle agenda’s, werkdruk, relatieproblemen, sociale media, tv, kortom: veel te veel prikkels die ons stresssysteem belasten. Prikkels die ieder op zich niet gevaarlijk zijn. Maar het zijn er heel veel én ons stresssysteem ziet het onderscheid niet met fysiek gevaar. Door de hoeveelheid prikkels krijgt het stressniveau niet de gelegenheid te kalmeren naar nul. Zo ontstaat een stapeling van stress die op den duur problematisch kan worden.

De afgelopen eeuwen kregen we steeds minder last van fysieke gevaren en steeds meer van psychologische gevaren.

Psychologische vormen van gevaar

Naast de fysieke vecht-, vlucht- en verstar-reacties zien we ook psychologische varianten van deze drie mechanismen. We vechten niet meer tegen leeuwen, maar tegen onszelf. Dit vinden we terug als zelfafwijzing of zelfkritiek.
Het moderne vluchten is te herkennen als zelfisolatie en piekeren, waarmee we psychologisch proberen te vluchten uit een situatie van stress die zich in ons bevindt. Wat onmogelijk is…
Tenslotte is daar de psychologische vorm van verstarren, die je overidentificatie zou kunnen noemen. Hierbij kom je helemaal vast te zitten (je verstart mentaal) in negatieve denkbeelden over jezelf en je situatie.

In de compassietraining gaan we uitgebreid in op deze psychologische verdedigingsmechanismen, die bij zoveel mensen zo ver hun oorspronkelijke doel (fysieke bescherming) voorbijschieten. Een beter bewijs dat de evolutie nog niet af is, kun je bijna niet vinden. Hoe mooi zou het immers zijn als ons stresssysteem wél het onderscheid zou kunnen zien tussen een leeuw en een e-mail van je baas, waarin je gevraagd wordt om straks even langs te komen op kantoor?

Van gedrag naar gewoonte

Het reptielenbrein in actie

Als je leven op enig moment veel onzekerheid en onveiligheid met zich meebrengt, bewijzen vechten, vluchten en verstarren hun nut. Ze zijn dan ook diep in ons zenuwstelsel geprogrammeerd. Dan hebben we het over het niveau van de hersenstam. Dit oudste deel van ons brein – ook wel het reptielenbrein genoemd – staat niet onder invloed van onze wilskracht.

Het is dus geen bewuste keus of we een verdedigingsmechanisme in- of uitschakelen. Als de dreiging groot genoeg is, gaat de vecht- of vluchtmodus aan. Helpen zij niet, dan is verstarren de enige optie.

Toch reageert niet iedereen hetzelfde op dreiging, hoe kan dat? Dat komt omdat we enig lerend vermogen bezitten. Als we bijv. geleerd hebben dat vechten helpt, dan zal deze reactie steeds beter “getraind” worden en steeds sneller ingezet worden bij dreiging.

Naast het feit dat we leren van gebeurtenissen, is er ook genetische variatie tussen mensen die maakt dat er verschillen zijn in hoe we omgaan met stress en dreiging.

Hoe ziet het reptielenbrein in actie eruit?

Stel je voor dat iemand leert dat hij door schreeuwen en het geven van een grote mond een dreiging (bijv. straf of een pak slaag) kan afwenden, dan levert dat mogelijk een volwassene op, die ieder conflict oplost met verbaal geweld.

Boze witte mannen...

Iemand die juist bij het geven van weerwoord een extra pak slaag kreeg, heeft geleerd dat vechten niet zo handig is. Waarschijnlijk heeft deze persoon gemerkt dat vluchten effectiever was. En als dat ook niet kon, was verstarren dat waarschijnlijk wel. Of fawning, en daar komen we zo op.

Een pak slaag kun je zien als een fysieke dreiging. Zoals we gezien hebben, zijn de psychologische gevaren inmiddels groter dan de fysieke. Bij de Cito-toets op school (fysiek niet bedreigend) zien we kinderen die een overdreven zelfverzekerde indruk maken (ze zetten hun vechtmodus aan en maken zich groter) of die zichzelf alvast maar bekritiseren (ik denk niet dat ik een voldoende ga halen, de psychologische vechtmodus), met onrustige benen (vluchtmodus) en gespannen rondkijkend (waar is het gevaar, mijn systeem geeft dreiging aan).

Consequentie van één overontwikkeld verdedigingsmechanisme is dat de andere mechanismen relatief onderontwikkeld zijn. Het stresssysteem is dan sneller ontregeld en de vaardigheden van de persoon om adequaat met een probleem om te gaan, zijn beperkt. In de tijd waarin we leven maakt dat het lastiger om in balans te blijven.

Is het allemaal zo dramatisch?

Eerlijk gezegd denk ik dat het behoorlijk dramatisch is inderdaad. We hebben een brein en een zenuwstelsel die nog ingesteld zijn op het aantal prikkels dat we 10.000 jaar geleden ontvingen. Zo zien we dat er steeds meer mensen zijn die moeite hebben om het tempo en de druk van de hedendaagse maatschappij bij te benen. We zijn collectief de verbinding met ons lijf kwijt en weten niet meer hoe we ons voelen en wat goed voor ons is. Dat moeten we vervolgens gaan bedenken, en dat denken stond al continu onder hoogspanning door de druk waaronder we leven.

Leven in een stressvolle wereld
Stress en hoogspanning genoeg in onze levens…

Zo is de cirkel rond. Het is dus geen overdreven stelling dat onze stresssystemen te veel, te lang en te intens geprikkeld zijn, onvoldoende hersteltijd krijgen en zo uit balans raken.

We gaan nu enkele verfijningen aanbrengen in het stress- of activatiemodel dat tot nu toe bestaat uit vechten, vluchten en verstarren.

Een vierde mechanisme: verbinden & verzorgen

Hoewel vechten, vluchten en verstarren ‘beroemd zijn’, zijn we er inmiddels achter dat er meer mogelijkheden zijn om met stress en dreiging om te gaan. Een belangrijke toevoeging is een mooi en belangrijk mechanisme dat we in de compassietraining verbinden en verzorgen– en in het Engels “tend & befriend” noemen. Vanuit de polyvagaaltheorie wordt ditzelfde mechanisme het “social engagement system” genoemd, het sociale betrokkenheidsysteem dus.

In het activatiemodel is dit het eerste systeem dat aan gaat om stress het hoofd te bieden. Stress die vanzelfsprekend (nog) niet heel ernstig is. (Straks zetten we alle systemen op een rijtje.)

Hoe ziet ‘sociale verbondenheid’ eruit?

Stel je voor dat je met de trein reist, en de trein stopt ineens midden in een weiland. Geen station te bekennen en de conducteur heeft nog geen uitleg gegeven via de intercom. Dat duurt ook langer dan gewoonlijk, dus wat gaat er gebeuren? Wat doen de passagiers, die (zeer waarschijnlijk) niet ernstig bedreigd worden, maar van wie de stresssystemen wel aangaan?
Als passagier gaan we rondkijken en contact maken met de omgeving. We kijken naar de andere mensen in de buurt. Hoe reageren zij, gaat er dreiging van hen uit, zien zij iets wat ik niet zie? Allemaal vragen die tot doel hebben om de veiligheid van de situatie in te schatten.

Wat wij zelf gaan doen is signalen van verbinding uitsturen, om aan te geven dat wij zelf geen gevaar vormen. Een glimlach, even een opmerking (“nou nou, altijd wat met die NS” of “hopelijk hoeft u geen aansluiting te halen?”). En na enkele minuten is er altijd wel iemand die snoepjes uitdeelt.

Op deze manier zorgen we voor onze veiligheid en kunnen we voorkomen dat de vecht-, vlucht- of verstar-respons ingeschakeld moet worden. Tevens helpen we zo anderen om zich veilig te kunnen blijven voelen (dat noemen we co-regulatie).

Ook bij zoogdieren die in een sociaal verband leven kan verbinden en verzorgen worden aangetroffen.

Een vijfde mechanisme: de fawn-respons, oftewel behagen & vervagen

In de Engelstalige vakliteratuur over trauma vind je de laatste tijd regelmatig een beschermingsmechanisme dat fawning wordt genoemd. Bij een fawn-respons is er sprake van onderdanigheid en please-gedrag, dat ten koste gaat van jezelf. Je verliest het contact met je eigen behoeften, emoties en sensaties. Vandaar dat ik het – met hulp van twee cliënten met wie ik dit besprak, vertaald heb met behagen & vervagen. Je bent zó bezig met je richten op de ander, dat je je eigen behoeften niet meer herkent. Je identiteit vervaagt.

Het begrip fawning

Het Engelse werkwoord ‘to fawn’ (je spreekt de a uit als de o van contrôle) is voor het eerst gebruikt in deze context door psychotherapeut Pete Walker. Pete beschrijft: “Fawn-mensen zoeken veiligheid door zichzelf op te laten gaan in de wensen, behoeften en vragen van anderen. Alsof ze onbewust geloven dat het opgeven van hun eigen behoeften, rechten, voorkeuren en grenzen de toegangsprijs tot een relatie is.” (“Fawn types seek safety by merging with the wishes, needs and demands of others. They act as if they unconsciously believe that the price of admission to any relationship is the forfeiture of all their needs, rights, preferences and boundaries.”)

In de afbeelding hieronder zie je twee screenshots van het bekende Engelse online woordenboek Merriam-Webster. “To fawn” roept associaties op met vleien om goedkeuring te krijgen en kruipen als een hond.

Hoe ziet fawning eruit?

De behaag & vervaag respons zien we bij kinderen die hun eigen behoeften en emoties onderdrukken om te voorkomen dat een ouder of verzorger boos wordt en gaat slaan of schreeuwen. Het kind wordt heel sensitief voor de behoeften van de ouder en gaat voor de ouder zorgen (parentificatie) om zichzelf te beschermen. Als het maar zo onzichtbaar mogelijk is, de lieve vrede bewaart en goed voor de ouder zorgt, creëert het voor zichzelf een zo veilig mogelijke situatie.

Als het kind uiteindelijk volwassen is, zien we iemand die niet goed weet wat hij/zij zelf wil en wat de eigen behoeftes, wensen of verlangens zijn. Een ‘volwassene’ met een afhankelijke opstelling, zonder eigen mening. Iemand die altijd pleast en zichzelf wegcijfert; tot ver over de eigen grenzen. Het onderdanige gedrag maakt dat de eigen gevoelens sterk onderdrukt worden en de persoon doet alsof hij/zij ontspannen is en er niets aan de hand is. Ondertussen staat het alarm op scherp om iedere vorm van dreiging (bijv. een negatieve opmerking of kritiek) op te vangen en ‘weg te pleasen’.

Zulke mensen zijn makkelijk voor een karretje te spannen. Zelfs als ze van binnen ‘nee’ zeggen tegen een vraag, is de kans groot dat ze ‘ja’ zullen zeggen en doen. Alles liever dan afwijzing.

Misschien kun je je voorstellen dat je daar heel moe van wordt, van het wegdrukken van je eigen gevoel en het steeds maar waakzaam zijn. Vind je het gek, als je niet meer weet wat je behoeften zijn… hoe kun je dan weten wat je grens is? Een prima voedingsbodem voor depressie, chronische moeheid en tal van lichamelijke klachten waar geen verklaring voor gevonden wordt. Dit gaat meestal gepaard met een negatief zelfbeeld, zelfkritiek tot zelfhaat en zelfbeschadigend gedrag aan toe.

De ironie wil dat mensen die geleerd hebben om misbruik te maken van anderen (bijv. narcisten) een neus lijken te hebben voor mensen die vast zitten in het fawn-patroon. Narcisten ruiken fawning op kilometers afstand… En zo herhalen zich vaak geschiedenissen, maar dat is iets waar ik op een ander moment over zal schrijven.

Zoek de verschillen

De oplettende lezer heeft het zich misschien al afgevraagd: wat is nu het verschil tussen verbinden en verzorgen en behagen en vervagen? Bij beiden is immers sprake van gericht zijn op de ander om stress te reguleren.
Een goede vraag! Hoe zit dat?

Verbinden en verzorgen

Verbinden en verzorgen is het eerste mechanisme dat ingeschakeld wordt bij stress. Er is nog niet veel aan de hand, maar er zou wel iets kunnen ontstaan. Denk aan het voorbeeld van de trein in het weiland. Normaal gesproken hinderlijk, maar als het goed is gaat de trein na een aantal minuten weer rijden. De passagiers hebben aan elkaar laten zien dat ze geen kwaad in de zin hadden en zo heeft iedereen zijn of haar stress gereguleerd.

Een ander voorbeeld zou je tijdens een vergadering kunnen zien: een deelnemer brengt een standpunt in en krijgt geen respons van de anderen. Dat roept onzekerheid op. Wat doet iemand dan? Vragend rondkijken, medestanders zoeken (“ja toch?” of “dat vinden jullie toch ook?”), woorden gebruiken om aan te geven dat het misschien niet zo extreem bedoeld was als het gezegd werd (“nou ja, ik bedoel het misschien niet zo, maar je begrijpt wat ik bedoel”). Oftewel: laten zien dat je niet dreigend wilde overkomen.

Fawning – Behagen en vervagen

De fawn-respons is de laatste respons in de keten. Er is juist heel veel aan de hand: de situatie is beslist onveilig, maar je kunt nu eenmaal niet voor altijd in verstarring blijven. Voor het kind met de onveilige ouder, dat na een pak slaag in een hoekje was weggekropen, geldt dat het toch een keer uit dat hoekje zal moeten komen.

De ouder is dan helaas niet ineens wél veilig en betrouwbaar, het blijft een onveilige situatie. Vluchten is nog steeds niet mogelijk (het kind is afhankelijk van de verzorgers) en vechten is niet haalbaar (de verzorgers zijn fysiek sterker). Verstarren is tijdelijk een optie, en als dat niet meer hoeft of kan, dan is behagen en vervagen de meest slimme overlevingsstrategie om de onveiligheid het hoofd te bieden.

Ik schrijf dat fawning de laatste respons is, maar het is niet zo dat fawning alleen optreedt ná verstarring. In het echte leven gaan de dingen niet volgens een stappenplan. Het is voor nu voldoende te weten dat fawning ook vóór verstarring op kan treden.

Over deze verschillen

Behagen en vervagen wordt door therapeuten die erover schrijven gekenschetst als een trauma-respons. Iedereen is het erover eens dat het een overlevingsstrategie is. Verbinden en verzorgen (tend and befriend of het sociale betrokkenheidsysteem) is dat uitdrukkelijk niet. Hier hebben we het over het omgaan met onzekerheid en lichte stress. Het is een mechanisme om stress te reguleren, zodat de overlevingsmechismen vechten of vluchten niet aan hoeven te gaan. Je kunt zeggen dat behagen en vervagen nodig is om te voorkomen dat verstarring optreedt óf dat je uit verstarring kunt terwijl het nog steeds erg onveilig is. De stress is dan dus al (of nog steeds) heel hoog. Behagen en vervagen imiteert eigenlijk verbinden en verzorgen, maar het is het beslist niet.

In gedrag kúnnen beide mechanismen er hetzelfde uitzien. Ik kan een kopje thee inschenken voor een cursist omdat ik zie dat ze hard heeft gefietst en ik het prettig vind als een cursist zich op haar gemak voelt. Zonder verdere bijbedoelingen of verborgen agenda. Ik kan ook een kopje thee inschenken voor dezelfde cursist omdat ik hoop dat ze me aardig zal vinden en niet afwijst. Aan de buitenkant ziet het er hetzelfde uit, van binnen gebeurde bij degene die thee inschonk twee heel verschillende dingen.

Het doet me altijd denken aan dat liedje van Bananarama en Fun Boy Three uit 1982: “It ain’t what you do it’s the way that you do it”… Het is niet wát je doet, het gaat om de manier waarop je het doet. Zo is het ook met behagen en vervagen: het ziet er vaak uit als gewoon behulpzaam gedrag.

Behagen en vervagen of fawning kan er dus uitzien als normaal menselijk gedrag. Ik kom straks terug op wat je hier nu mee zou kunnen doen. Eerst maken we het verhaal af over de verschillende mechanismen en de volgorde van optreden.

Extreme fawning: Stockholm Syndroom

Het Stockholm Syndroom is bekend geworden na een gijzelingsdrama tijdens een bankoverval in 1973 in Stockholm. Het bleek na afloop dat de gegijzelden sympathie waren gaan koesteren voor de gijzelnemers. De in 1974 gegijzelde Patty Hearst hielp zelfs haar gijzelnemers door mee te doen met een bankoverval in San Francisco.

Tijdens een gijzeling is sprake van levensbedreigende stress voor de gegijzelde, dat zal iedereen snappen. Vechten en vluchten zijn geen opties, de eerste extreme schrik waarbij verstarring optrad gaat voorbij. Om het leven draaglijk te houden, is behagen en vervagen op een gegeven moment de enige optie. Meebewegen met je gijzelnemers en hopen dat ze je sparen.

Misschien ook dichter bij huis?

Als je je voorstelt (en dat kan moeilijk zijn als je het zelf niet hebt meegemaakt) dat een kind thuis mishandeld, misbruikt en/of verwaarloosd wordt en continu in de overleefstand staat, zou het dan kunnen zijn dat daar ook een vorm van Stockholm Syndroom speelt? Kinderen zijn soms gegijzelden van hun verzorgers.

Op volgorde van intensiteit

We hebben nu een aantal verdedigingsmechanismen op een rijtje gezet. Zo begonnen we met de algemeen bekende (vechten, vluchten en verstarren) en hebben er twee nieuwere (verbinden en verzorgen en behagen en vervagen) aan toegevoegd. Daarna hebben we de verschillen tussen de laatste twee verduidelijkt.

We gaan ze nu op volgorde van intensiteit zetten. Want je hebt niet voor het kiezen welk mechanisme aangaat, hier geldt een biologisch bepaalde volgorde, die bepaald wordt door de grootte van de dreiging. Hoe meer dreiging of stress, hoe groter de intensiteit en de lading. Immers: hoe groter de dreiging, des te meer energie is nodig om te overleven. Bij een potje tikkertje ren je met een andere energie en gevoel dan wanneer je door een groep engerds in het donker wordt achtervolgd.
In welke volgorde vindt de activering plaats?

  1. verbinden en verzorgen: we proberen een situatie die misschien dreigend zou kunnen worden te ‘sussen’;
  2. vechten of vluchten: we moeten in actie komen; deze twee zijn energetisch gelijkwaardig;
  3. vluchten of vechten: afhankelijk dus van de situatie en onze geleerde voorkeursstrategie;
  4. behagen en vervagen: er is veel dreiging, we moeten ‘sussen’ omdat er geen andere opties zijn;
  5. verstarren: er valt niets meer te ‘sussen’…

Verbinden en verzorgen is dus een toestand van lage activatie, gericht op veiligheid. Behagen en vervagen is daarentegen een toestand van hoge activatie, gericht op overleven.

Ter verduidelijking: dit rijtje toont de volgorde van activatie. Dat wil niet zeggen dat alle stadia ten volle doorlopen worden. Als je huis in brand staat, heeft verbinden en verzorgen geen zin. En soms krijg je helemaal geen tijd om te behagen en vervagen en treedt de verstarring binnen enkele seconden op.
De lijst wil ook niet zeggen dat het na verstarren ‘klaar’ is. Wanneer iemand heel lang in grote spanning leeft, zal hij mogelijk lang in behagen en vervagen zijn na de verstarring. Er is géén stappenplan…

Op internet circuleren veel schema’s en tekeningen van deze activatie-curve of de ‘polyvagaalkaart’, zoals hij ook wel genoemd wordt. Ik kon fawn nog op geen enkele afbeelding van deze kaart vinden, dus heb ik hem zelf een plek gegeven:

(C) Ruby Jo Walker, aanpassing in blauw door Ronald de Caluwé
(C) Ruby Jo Walker, aanpassing in blauw door Ronald de Caluwé

Toelichting vanuit een polyvagaal perspectief

Ik heb fawn niet toevallig daar geplaatst waar het staat: precies op de grens van het gebied van de sympatische- en de parasympatische reacties. Bij fawning is er hoge activatie en is er ook steeds het onvermogen om te doen met die energie wat eigenlijk nodig is. In meer technische termen: fawning is een toestand die een hoge sympathische activering inhoudt EN een mate van dorsaal vagale (shutdown) activatie bevat, waarbij de persoon WEL kan blijven functioneren.

De juiste respons?

Het is van belang te noemen en voor de lezer om te begrijpen dat het geen zin heeft om een oordeel aan de verschillende overlevingsmechanismen te koppelen. Als de nood echt aan de man komt, neemt moeder natuur het over en kun je niet kiezen. Dit is gewoonweg niet mogelijk op dat moment. Verwijten dat iemand iets wel of juist niet heeft gedaan leidt alleen maar tot victim blaming.

Maar een commando of marinier dan? Mensen die onder zeer zware omstandigheden kunnen werken en gevoelens uit lijken te kunnen schakelen? Tja, oefening baart kunst. Net zoals mensen door behagen en vervagen kunnen leren overleven en zich ook al pleasende in het leven staande houden (of dat doen voorkomen), zo kun je ook, door heel goed te leren vechten, niet te hoeven verstarren. Maar de stressenergie moet uiteindelijk toch ergens blijven. Een zoogdier MOET ontladen na een geslaagde overlevingsactie. Vandaar dat we zoveel oud-militairen en politie-agenten met PTSS of onverklaarde klachten zien op de poliklinieken voor dit soort problemen.

Feitelijk zijn alle responsen dus juist in de context waarin ze ontstonden. Ze waren ten tijde van het gebeuren de beste optie voor de persoon of het kind die het betrof en die moest zien te dealen met de omstandigheden van dat moment. Tegelijk weten we dat wat ooit een ‘juiste’ respons was, een gewoonte kan worden en op een later tijdstip problemen kan geven. Een soldaat die getraumatiseerd is geraakt bij een explosie, loopt grote kans om heel overgevoelig te reageren op harde geluiden. Dat is onhandig in de supermarkt. Een kind dat veel tekort is gekomen, kan zomaar een volwassene worden die zichzelf helemaal wegpleast voor de ander.

Is behagen en vervagen of fawning ‘normaal’?

Het antwoord is denk ik ja én nee. Dat schrijf ik niet om politiek correct te zijn.

Ja, fawning of behagen en vervagen is normaal omdat het een logische, verklaarbare en menselijke respons is op extreem stressvolle – en abnormale – omstandigheden. Uiteindelijk zal ieder mens die deze extreme stress ervaart, gaan behagen en vervagen.

Nee, fawning is niet normaal, maar dat ligt niet aan degene die behaagt en vervaagt. In de biologische zin is er geen enkele goede reden voor de ene mens om de dingen te doen die een ander mens dusdanig bedreigen dat fawning de overlevingsrespons van die ander is. Hier spelen mijns inziens een aantal maatschappelijke ontwikkelingen een rol. Denk aan het feit dat we minder contact hebben met onze buren, dat de hulpverlening veel administratiever en minder persoonlijk is geworden, dat we in het algemeen minder met gevoelens bezig lijken en meer met uiterlijke zaken. We zijn ongeduldiger en de verbinding met ons lijf kwijt.
In de conclusie meer over deze ontwikkelingen.

Je zou kunnen zeggen dat het onderdanige gedrag dat sommige dieren soms vertonen aan de alpha-man van de troep een vorm van fawning is. Ik denk dan aan chimpansees die geregeld een bezoekje aan de leider brengen en hem laten merken dat ze onderdanig zijn. Ik ben echter (voorlopig nog) van mening dat dit gedrag geen fawning is. Ten eerste is de lading niet zo hoog. Je zou het kunnen vergelijken met een rugbyteam waarvan de leden elkaar begroeten; daarbij worden ook altijd even subtiel de krachten afgetast of de verhoudingen bevestigd. Ten tweede is de respons van de alpha-man voorspelbaar in die zin dat een eventuele reprimande begrensd is en de onderdanige niet hoeft te vrezen voor het leven.
Maar goed, ik moet erbij zeggen dat ik geen expert ben op het gebied van dierengedrag. Dus laat me gerust weten van voorbeelden in het dierenrijk waarin fawning gebruikelijk is.

Een tijdje geleden zag ik een natuurdocumentaire over een groep bavianen waarvan de leider een tiran was. De hele groep moest continu op haar hoede zijn omdat zijn gedrag wreed en onvoorspelbaar was. Toen dit mannetje stierf, zag je de hele groep ontspannen. De opvolger was een heel ander type, veel rustiger, minder op de macht gericht en minder fysiek geweld. Het leven werd weer normaal.

Dit was een duidelijk voorbeeld dat fawning in de natuur nodig was. Uitzonderingen zullen dus bestaan. De manier waarop wij mensen in staat zijn onze medemensen (en dieren!) te behandelen, durf ik te duiden als niet-natuurlijk. En ik vrees veel vaker voorkomend dan een incidentele ontspoorde bavianenleider.

Hoe weet ik of ik een ‘behaag en vervaag-type’ ben?

Zoals ik hierboven schreef, is het verschil tussen sociaal verbinden (verbinden en verzorgen) en behagen en vervagen aan de buitenkant soms moeilijk te zien. Als je gewend bent om zo te leven (en ja, dat kan dus ‘gewoon’) dan ben je je niet bewust van het feit dat mensen steeds over je grenzen gaan. Je weet niet beter dan dat dat gewoon is en zo hoort. En dan is die moeheid ook normaal…

Ben je een pleaser? Vind je het moeilijk om aan te geven wat je zelf eigenlijk wilt? Ga je conflicten uit de weg of wordt je misschien angstig van bozige mensen? Vind je het normaal om jezelf weg te cijferen of om te zwijgen om de vrede te bewaren? Denk je dat het altijd aan jou ligt? En word je daar ook wel eens moe van of voel je je machteloos?

Als je op veel van deze vragen een ‘ja’ antwoordt, dan zou het kunnen dat behagen en vervagen een strategie van je geworden is om met stress om te gaan.

O jee, wat nu?

Voordat je gaat denken dat dat óók weer aan jou ligt, zou ik je willen vragen hier geen negatief oordeel over te hebben, hoe moeilijk dat misschien ook is. Blijkbaar is behagen en vervagen voor jou nodig geweest om lastige situaties het hoofd te bieden. Als dat ooit nodig was, dan hebben je lijf en je zenuwstelsel dat goed gedaan.

Het is niet mogelijk om hier een stappenplan te geven om van behagen en vervagen af te komen. Daarvoor zijn mensen te complex, zijn achtergronden te divers en is het patroon te diepgeworteld. Een belangrijke stap is gezet: het herkennen dat er misschien een niet-helpend mechanisme is dat een rol speelt bij de mate waarin je je comfortabel kunt voelen of gelukkig kunt zijn.

Hoe het in de praktijk regelmatig gaat

Ik vermoed dat mensen die gewend zijn om te behagen en vervagen zichzelf misschien wel een pleaser vinden, maar vooral een sociaal mens die iets voor anderen over heeft. Misschien beantwoorden ze veel van de vragen hierboven wel met ‘ja’, maar hebben ze er ook gelijk een prima verklaring bij waarom dit zo is in hun geval. Precies passend in het patroon.

Ik maak de laatste jaren vaak mee – minimaal één deelnemer per groep – dat iemand tijdens een mindfulnesstraining erachter komt dat hij of zij wel erg weinig voor zichzelf over heeft en anderen wel heel erg op de voorgrond zet. Dat men eigenlijk helemaal niet weet wat men nu eigenlijk wil in het leven. Het duurt dan vaak nog even voor iemand werkelijk nieuwsgierig wordt naar hoe dat anders zou kunnen (gelukkig is er dus ook nog een compassietraining).

Het geeft aan hoe lastig het kan zijn om anders om te gaan met die fawn-respons, die als verbinden en verzorgen vermomde overlevingsreactie.

Conclusie en losse eindjes

Ik denk dat het een belangrijke stap is om meer bekendheid te genereren over de nieuwe inzichten die er zijn over hoe wij omgaan met stress, hoe ons zenuwstelsel werkt en welke gevolgen trauma nu echt heeft. Met dit artikel heb ik daar een bijdrage aan willen leveren.
Vragen die ik zelf nog heb en waar ik nader over zou willen leren, zijn:

  • hoe zit het in het dierenrijk? Is fawning daar inderdaad veel minder voorkomend, zoals ik vermoed (en hoop)?
  • hoe wijdverbreid is nu het voorkomen van behagen en vervagen in de mensenwereld?
  • wat zijn de implicaties voor de geestelijke gezondheidszorg?

Over het eerste schreef ik hierboven al. De tweede en derde vraag zijn met elkaar verbonden. Mijn vermoeden is dat behagen en vervagen gerelateerd zijn aan tal van lichamelijk onbegrepen klachten. Continu in de overleefstand staan moet vroeg of laat zijn tol eisen. Ons stresssysteem is er niet voor gemaakt om lang ‘aan’ te staan. De implicaties zijn nog niet volledig te overzien, maar zouden wel eens groot kunnen zijn (een artikel daarover is in de maak). In het ziekenhuis waar ik momenteel werk met mensen met onbegrepen klachten, zie ik het heel vaak: chronische pijnen, -moeheid, prikkelovergevoeligheid, angst- en paniekstoornissen gaan best vaak gepaard met een basishouding van behagen en vervagen.

Laten we hopen dat er wijze mensen zijn of komen, die inzien dat we ook best onze maatschappij wat compassievoller mogen maken. Stressgerelateerde klachten, burn-out, depressie, PTSS en meer klachten die in de gevestigde medische wereld als lastig behandelbaar te boek staan, zijn geen persoonlijke problemen, maar symptomen van een zieke maatschappij.

Dank voor het lezen, je reactie is hieronder welkom!

Bronnen

Voor dit artikel heb ik, naast een aantal gesprekken met collega’s en ook met twee cliënten (dank, HL en AKS!), geput uit de volgende bronnen:

http://www.pete-walker.com/fourFs_TraumaTypologyComplexPTSD.htm
https://drarielleschwartz.com/the-fawn-response-in-complex-ptsd-dr-arielle-schwartz/
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15337864/
https://aeon.co/essays/animals-wrestle-with-the-concept-of-death-and-mortality
https://www.rubyjowalker.com/resources.html
Compassie in je leven“, door Frits Koster en Erik van de Brink
Why Zebras don’t get Ulcers“, door Robert M. Sapolsky

Dank aan Sanne, Edith en Herma, die de concepten van dit artikel hebben gelezen en goede suggesties ter verbetering hebben gegeven.
Dit artikel is ook te vinden via www.fawn.nl en www.fawning.nl.

Foto’s: grote foto bovenaan: Fernando Venzano.
Het beeld komt uit de Voetboogsteeg in Amsterdam,
en is ter ere van Joes Kloppenburg die daar om het leven kwam door zinloos geweld.
Reptiel: Oleksandr Sushko, boze witte mannen: Jørgen Håland,
stad: 画布 约翰尼, reekalf: Erika Fletcher,
allen van Unsplash. Polyvagal Chart: met toestemming van Ruby Jo Walker.

23 gedachten over “De fawn-respons – als je continu in de overleefstand staat”

  1. Dag Roland,
    Dank voor deze ook voor mij nieuwe info.
    Ik mis in je verhaal de ‘fragment’ reactie. Bij freeze vindt ook fragment plaats: het opbergen van de verschrikkelijke gebeurtenis in kleine fragmenten in het brein. Zodat je er niet meer bij kunt. Dus geen actieve herinneringen hoeft te hebben. Ik ben even de naam kwijt van degene die dit beschrijft in een model over trauma. Kom ik nog wel op.
    vriendelijke groeten, Cees van Elst

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Cees,
      Dank voor je bericht en vraag.
      In mijn optiek is de ‘fragment’ reactie geen op zichzelf staande trauma-respons, maar een onderdeel van het verstarren. Daar vindt inderdaad een dermate overspoeling plaats dat de persoon lichamelijk verstart en de gebeurtenis vaak gefragmenteerd wordt zodat het nog enigszins ‘te doen’ is.
      Je zou ook kunnen zeggen: zonder verstarring geen fragmentatie.
      Fragmentatie wordt door diverse trauma-deskundigen beschreven, bij mij komen met name Bessel van der Kolk en Peter Levine nu boven, maar ik heb ook Stephen Porges het woord wel eens horen gebruiken. En iedere Somatic Experiencing therapeut kent en herkent het fenomeen.
      Laar maar weten wanneer de naam opkomt!

      Fijne dag, hartelijke groet,
      Ronald

  2. Noor van der Werf klinisch psycholoog

    Hoi Ronald, wat een goed en fijn geschreven uitgebreid verhaal! Goede Nederlandse vertaling, die ga ik gebruiken. Ik denk dat behagen en vervagen de kern is van parentificatie en dus veel voorkomt bij mensen met hechtingsstrauma. De zogenaamde KOPP kinderen. Dat wordt de laatste jaren pas meer meer erkend als trauma, ik denk dat het daarom nu pas meer aandacht krijgt. Parentificatie en de bijbehorende mechanismen zijn al langer goed beschreven, en m.i. een mustread voor hulpverleners. Kinderen die zijn opgegroeid in gezinnen waar iets aan de hand was met een van de ouders of broers of zussen, en van jongsafaan ongemerkt aanvoelden dat ze hun eigen behoeften beter aan de kant konden zetten, emoties gaan wegstoppen en meehelpen zorgen zullen dat vaak normaal vinden. Prima gezin! Het is een verborgen traumatische ontwikkeling. Veel hulpverleners zijn KOPP kinderen. Best oké om je parentificatie om te zetten in een beroep, tenslotte ben je er goed in geworden. Heb ik ook gedaan. Maar wel essentieel om je er ook van te bevrijden en je eigen identiteit en grenzen en wensen te leren kennen en hanteren. Daarom is leertherapie ook zo belangrijk.

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Noor,
      Dank voor je compliment en reactie.
      Ja, behagen en vervagen is wat we veel tegenkomen bij hechtingstrauma’s en/of ontwikkelingstrauma’s. Het is goed dat we hier steeds meer aandacht voor krijgen en steeds meer te beseffen het belangrijk dat we (bijna?) allemaal wel in enige mate geblutst en gedeukt zijn in ons leven.
      Dus leertherapie en intervisie zijn zeker belangrijk, goed dat je dat noemt.

      Wat ik zelf een belangrijk punt vind om aandacht voor te hebben, is dat we het hebben over problemen die zich op persoonlijk niveau afspelen, maar die heel duidelijk een link hebben met een “zieke” maatschappij. Er moeten op politiek niveau keuzes gemaakt worden om ons weer gezond om te kunnen laten gaan met de uitdagingen in het leven…

      Dus werk aan de winkel!

      Nogmaals dank, fijne dag!

    2. Wat een goed en helder artikel! Tot voor kort kende ik de fawn reactie niet. Heel fijn om een Nederlandse uitgebreide beschrijving te lezen. Wat ontzettend herkenbaar! Momenteel in (lichaamsgerichte) therapie komt een (voor mij onverwacht) vermijdend gehecht trauma naar boven. Onverwacht omdat ik naar mijn weten geen ‘trauma’s’ had meegemaakt. Ik herken me heel sterk in de fawn en ook de aanvullende reactie van Noor m.b.t. KOPP kinderen is heel herkenbaar. Ook ik ben een KOPP kind. Door een emotioneel afwezige vader (autisme) en drukke moeder met zeer verstrooid brein… met 6 kinderen waarvan ik de oudste, heb ik de emotionele zorg gemist. Iets niet hebben gekregen blijkt ook een trauma te kunnen veroorzaken, plus het gevoel dat er iets mis is met je. Omdat er geen aanleiding voor lijkt te zijn. Ik lees momenteel de boeken ‘ongezien opgegroeid’ en ‘ongekende gevoelens’ waardoor de oorzaak van deze problematiek ook helder wordt: Emotioneel onvolwassen ouders. Dat mijn reactie tijdens mijn jeugd dus een fawn reactie is geeft meer inzicht. Ik ben heel dankbaar dat er wat aan te doen is en dat er hoop is op een meer ontspannen en energieker leven.
      Ik las hieronder ook nog verband met ADD. Ik ga zeker ook eens het boek van Gabor Mate lezen. Dank voor de tip. HSP zal zeker ook met fawn te maken hebben, of niet?
      vriendelijke groet, Gerdien

      1. Avatar foto
        Ronald de Caluwé

        Dag Gerdien,
        Dank voor je reactie. Ja, de fawn respons vindt bij veel lezers herkenning. Zo zie je maar dat de polyvagaaltheorie (waar deze kennis naadloos in past) best veel in gang heeft gezet in “therapeutenland”. En goed dat hier aandacht voor komt en fijn dat het ook jou meer helderheid geeft en hopelijk zelfbegrip en -liefde.
        Ik wens je dan ook de ontspanning en energie die je jezelf toewenst!

        En: ja, minstens bepaalde vormen van HSP hebben te maken met een verhoogde gevoeligheid voor de wensen en behoeften van anderen; iets dat vroeg in het leven getraind is uit zelfbescherming.
        Ik ben niet genoeg thuis in HSP om te durven stellen dat dit altijd zo is. Bovendien geloof ik dat dat niet zo is. Het is immers nooit zwart-wit…

        Alle goeds gewenst en een hartelijke groet,
        Ronald

  3. Mirjam van Erven

    Ik ben een vrouw van rond de 50 jaar en mijn ouders hebben erg hard gewerkt wat ook getekende dat ze weinig tijd voor het gezin overbleef. Dat heeft gevolgen in mijn leven dat mijn innerlijk kind liefde heeft gemist. Ik ben in een relatie te recht gekomen waar ik mezelf wegcijferde en volledig op de ander gericht was. Nu 4 jaar geleden gescheiden en is er voor mij alles helder geworden. Ja ex-partner is zeer dominant heeft onze 3 kinderen volledig is zijn web getrokken en alle 3 leven ze niet maar bevinden zich in een overlevingsstand. Ik zie het voor mijn ogen gebeuren en ik sta machteloos. Ik blijf mijn kinderen rust en veilige haven bieden maar worden zo beïnvloed en omgekocht daar kan ik niet tegenop. Het is voor mij het belangrijk dat ik mijn energie niet weggeef of laat beïnvloeden zodat ik er voor mijn kinderen er kan zijn. Ja dit heeft heel wat energie gekost om nu zo sterk te zijn om dit gedrag en manipulatie te doorzien. Ook het gedrag van de kinderen wat zij overnemen om te overleven begrijp ik maar ik blijf benoemen en hen aanspreken op hun gedrag. Het is zo helder en herkenbaar wat er in dit artikel beschreven is. Ik ervaar het in mijn eigen leven en ik zie het in mijn ex-partner en ook in onze kinderen. Ik begrijp zelfs mijn ex-partner en ik ben zelfs niet boos op hem wat hij ook doet. Ook hij is zo geworden door zelf te overleven met zijn onzekerheid en angsten. Dat wil niet zeggen dat ik goedkeur wat hij doet alles behalve maar ik heb er geen invloed op.

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Mirjam,
      Een heel verhaal, je hebt veel meegemaakt. Ik hoor/zie het vaker, dat mensen die goed hebben leren ‘vervagen en behagen’ in relaties terecht komen die eigenlijk in een bepaalde vorm een herhaling zijn van hoe het vroeger thuis was.
      Mooi om te lezen dat je nu meer helderheid hebt en triest dat je kinderen nog in het web van je ex-man zitten.
      Trauma’s worden inderdaad overerfd (lees ook dit blog maar eens). Mooi om te lezen dat je niet rancuneus bent; tegelijk ook goed om te weten dat je recht hebt op boosheid over het onrecht dat je aangedaan is. Wanneer alle emoties de revue zijn gepasseerd is dat vaak helend.

      Dank voor je reactie, ik wens je het goede!
      Hartelijke groet,
      Ronald

  4. Nicole Theunissen

    Helder artikel. Ik kende alleen de 3 Fs. Nu pas leer ik over de Fawn respons. Belangrijke kennis. Ik vind ook het verontschuldigen, dat je systeem kiest, mooi om te lezen. Hier mag wel meer bewustwording voor komen, want mijn ervaring is dat er gestraft wordt voor de reacties van het zenuwstelsel, zowel door familie als door hulpverlener, als jeugdinstellingen enzovoorts.

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Nicole,
      Dank voor je bericht. Ja, het is ook belangrijk om mensen die ‘behagen en vervagen’ te ontschuldigen. Ik noem überhaupt mensen na een traumatische geschiedenis vaak niet een slachtoffer, maar een overlever.
      Dat is vaak ook al een perspectief-verschuiving.
      En inderdaad: victim blaming is een serieus probleem, dat voor secundair trauma kan zorgen… (Lees ook dit blog maar eens.)
      Hartelijke groet,
      Ronald

  5. Anne Eschauzier

    Ha Ronald, dankjewel voor je heldere verhaal. Ik ken de term fawn vanuit mijn eigen trauma therapie. Het doet me goed hoezeer je deze term betrekt op een grote groep mensen. De gedeelde menselijkheid. Dat neutraliseert voor mij de boel een beetje:-). En het is zeker helpend hoe je de stress reacties nog eens helder uiteenzet. Ik blijf daarop kluiven en zoeken. Dankjewel dus voor dit stuk her-inneren. Lieve groetjes van Anne.

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Anne,
      dank voor je respons. Jaja, ‘behagen en vervagen’ is iets dat (te?) veel mensen herkennen als een onbewuste gedragsstrategie om te dealen met uiteenlopende situaties. Oefening baart uiteindelijk kunst…
      En je ziet ook hier dat mildheid belangrijk is.

      Nogmaals dank, alle goeds!
      Ronald

  6. Ik zie dit begrip de laatste tijd vaker langskomen in artikelen en ik heb, omdat ik lichaamsgericht traumatherapeut ben en in mijn werk zwaar leun op de Polyvagal theory van Stephen Porges, je artikel met belangstelling gelezen. Ik vraag me namelijk af of het wel klopt dat ‘fawning’ in het rijtje thuishoort van 1) sociale interactie, 2) vechten of vluchten en 3) bevriezen. Ik denk van niet. Ik denk dat fawning een vorm van compensatiegedrag (soms ook wel overlevingsmechanisme genoemd) is. Met compensatiegedrag bedoel ik gedrag wat wij vertonen om te bereiken wat wij ‘wilden’ (= tussen aanhalingstekens, want heel veel bewuste wil komt er niet aan te pas) bereiken met vechten/vluchten of bevriezen. Of omdat het te gevaarlijk is om die primaire reacties openlijk te vertonen. We acteren als het ware ‘boven op’ de onrust/hoge activering die in ons gaande is en we vertonen iets heel anders. Het gedrag maskeert de vecht/vlucht of bevries reactie. Dit maskerend gedrag kan allerlei vormen aannemen, afhankelijk van waar we in aanvang al goed in waren, wat onze omgeving waardeerde of waarmee we de omgeving intimideerden. Kortom, gedrag dat we hebben ontwikkeld om controle te hebben over onze omgeving.

  7. Mijn vorige reactie was te lang, dus ik heb de laatste zinnen hieronder gezet. Beetje verwarrend misschien …
    Het kan fawning zijn maar het kan ook ander gedrag zijn. Ik zie fawning niet als primaire reactie die te maken heeft met de drie delen van ons autonoom zenuwstelsel die sociale interactie, vechten/vluchten en bevriezen aanzetten. Ik denk dat fawning aangeleerd gedrag is, vaak onbewust geworden, maar toch aangeleerd gedrag. Doordat we het onbewust zijn geworden lijkt het primair, maar dat is het niet. De andere drie zijn dat wel.
    Zo zie ik het maar ik vind het interessant om andere visies te horen.

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Jikke,

      Dank voor je bericht en respons. Fijn om zo uit te wisselen, zo kunnen we het begrip fawn steeds wat helderder krijgen. Ik kan je redenatie volgen, die klinkt heel redelijk en doordacht. Dank voor het delen daarvan.

      Ik zelf denk dat fawning gedrag is dat aangeboren is en tot ons standaard repertoire behoort. We zien het ook in de natuur, alleen niet zo “uitbundig” als bij ons mensen. Het komt echter niet bij iedereen op dezelfde manier tot uiting, het hangt sterk af van de situatie. Om te kunnen fawnen is enige mate van social engagement nodig. Daar zit variatie en daar heeft ook hetgeen je geleerd hebt in het leven invloed, want zo vormt zich het social engagement system nu eenmaal. 

      In SE zien we regelmatig fawning bij GHIA (Global High Intensity Activation). Wat er in het zenuwstelsel gebeurt is allemaal in de polyvagaaltheorie te plaatsen. 
      Het enige waar ik niet helemaal zeker van ben, is of fawning wel of niet aan geboren is bij zoogdieren, net waar jouw vraag over gaat. Ik heb daar geen bewijs voor.
      Bij het schrijven van het artikel heb ik gezocht wat Prof. Porges hierover te zeggen heeft, en heb van de week nog iets gevonden waar ik verder in duik. Daarnaast heb ik contact met de maakster van de Polyvagal Chart en heb ik daar binnenkort een Zoom-gesprek mee.
      Kortom: wordt vervolgd!

      Hartelijke groet,
      Ronald

  8. dag Roland,

    wat een goed artikel. Zo enorm herkenbaar voor mij! Ik kan alles plaatsen, had al een sterk vermoeden dat zoiets bestond maar nu heeft het een naam, handen en voeten. dankjewel, het maakt het begrijpen en vervolgens mee omgaan voor mij een stuk helderder.
    Is er ook iets bekent over de combinatie met autisme?

    vr groet

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Fram,
      Dank voor je reactie, fijn dat het artikel verhelderend voor je is. Dat is ook de bedoeling. Veel mensen hebben eenzelfde gevoel, merk ik. Overigens ben ik bezig met een her-schrijving, mede n.a.v. de contacten die ik over dit thema heb gekregen na het verschijnen van het artikel. En daar zal het weer een stukje beter worden.

      T.a.v. je vraag over de combinatie met autisme kan ik het volgende zeggen:

      • er is een relatie tussen autisme en een ontregeld autonoom zenuwstelsel aangetoond;
      • of die opgaat voor alle vormen van autisme, weet ik niet; daarvoor ben ik gewoonweg niet voldoende thuis in dit onderwerp;
      • een boek dat je misschien wat handvatten kan geven, en dat sowieso boeiend is om te lezen, is “Het verstrooide brein” van Gabor Maté, zie deze link. O nee! Dat gaat over ADD, lees ik ook nu pas op de achterkant van het boek… Ik had dat verkeerd opgeslagen in mijn geheugen, mijn excuus voor het stichten van verwarring… Wat ik je dan kan aanraden is om mijn stuk over de polyvagaaltheorie eens door te nemen; daar vind je wel een link tussen ons zenuwstelsel en autisme.

      Nogmaals dank voor je reactie, alle goeds toegewenst,
      Ronald

  9. Dag Ronald,

    Naar aanleiding van een recente “werkgroep” vergadering. Hen ik gaan kijken baar mijn eigen inbreng en die van collega’s.
    Het was voor vele van ons geen veilige plek beginnende de locatie die gekozen werd. Hie er gereageerd werd door andere en wie er bij waren als “moderator “. Onze directie.
    Ik zag vele dingen bij mezelf en collega’s wat ik bij dit artikel kon matchen.
    Het verbinden en…
    Herken ik heel goed in mijn leven. De laatste weken loop ik rond met het gevoel dat ik een pritt tube ben dan een mens.
    Dat ik patronen moest gaan veranderen had ik wel door. Maar ik kon ze nooit bij de frees zetten en dacht dat het een gevolg was van er te lang in te zitten.
    Ik heb je artikel naar enkele gedeeld zodat ook zij kunnen/mogen leren.
    Bedankt om het te delen en vertalen voor ons!

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Katleen,
      Dank voor je respons. Ik begrijp niet alles wat je schrijft, maar wel dat het artikel helpend was, en dat is het belangrijkst.

      Alle goeds gewenst!

  10. Dank je wel voor dit verhelderende stuk. Bij ons komen veel mensen met een psychische kwetsbaarheid en bij het lezen zag ik verschillende van hen voor me die mogelijk nog in dit proces zitten. Reden te meer om ze een zo veilig mogelijke omgeving ( in alle opzichten)te blijven bieden.

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dag Karin, dank voor je respons. Ja, veiligheid is van groot belang. Stephen Porges, grondlegger van de polyvagaaltheorie, zegt zelfs: “Veiligheid IS de behandeling.”
      Alle goeds gewenst met je mooie werk!

  11. Hartelijk dank voor deze uitgebreide informatie!
    Fawn is nieuw voor mij (ook in de wetenschappelijke literatuur begrijp ik). Ben zo’n beetje door het proces van traumaheling heen (vermoed, hoop en denk ik:)). Heb inmiddels begrepen en ben zo langzaamaan aan het accepteren dat ik naast een HSP-er ook een HB-er ben – en een enorme beelddenker.

    De intelligentie heeft me geholpen bij het creëren van diverse copingsmechanismen, maar voelen was een ander verhaal. Bij het beelddenken fantaseerde ik eerder de ‘verkeerde kant op’ (zegt Loesje ongeveer). Voelen en een fijne kant op fantaseren gaat me nu stukken beter af. Qigong is daarbij een enorme hulpbron! Wat een feest om dat zo’n beetje dagelijks te doen. Ik kan mijn lichaam weer voelen en me afvragen wat ik per dag(deel) nodig heb. De beeldtaal vind ik ook geweldig: denk aan ‘monkey offers a plate’. Bij mijn weten is Qigong voor een deel op dierengedrag, en wat breder, op de natuur, geïnspireerd. Dieren schudden op een voor hen natuurlijke manier stress van zich af, terwijl mensen daar op minder functionele manieren mee omgaan, denk ik zo.

    Ook voel ik me meer verbonden met de wereld om me heen, en zijn ‘negatieve energieën’ van anderen niet langer een bedreiging, kan me daar meer voor afsluiten en/of het bij hen laten, bijvoorbeeld d.m.v. een ‘protection shield’. Positieve energieën kan ik dan weer beter toelaten.
    Kortom: fijn dat je ook deze Oosterse wijsheden toepast! Ik hoop dat je velen verder op weg kunt helpen!

    1. Avatar foto
      Ronald de Caluwé

      Dank voor je aardige reactie, Titia!
      Ik ben bezig met het herschrijven van het artikel, dus “stay tuned”, zoals de Engelsen dan zeggen. 😉

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven