Jeugdsentiment

Vroeger reed ik motor. Ik had een snelle Kawasaki en reed ‘s zomers en ‘s winters. Gewoon, in m’n spijkerbroek.
Lekker rondscheuren, plat door de bocht, altijd vooraan bij het stoplicht (en als eerste weg), en mediteren was natuurlijk voor watjes. Nee, ik hoefde geen auto. Je gaat toch niet vrijwillig in een blikken kist zitten? Een beetje in de rij staan?

Ik was ervan overtuigd dat motorrijden iets met vrij zijn te maken had.

Een gezinnetje

Toen er kinderen kwamen en er geen geld genoeg was voor een auto én een motor, moest de motor het veld ruimen. Ik reed vanaf toen in een auto, en bleek, realiseer ik me nu, dit te kunnen zonder gevoelens van ONvrijheid of opgesloten zijn.

Een tijdje geleden dacht ik hierover na, tijdens een mijmering over de drukte op de weg en dat je nu toch echt niet meer zo hard kunt rijden op een motor als ik vroeger deed. Het is gewoonweg té druk en er is téveel verhuftering en agressie op de weg.

Ingeseald

Als ik naar de gemiddelde hedendaagse motorrijder kijk, lijken het wel allemaal middelbare mannen met een buikje. Van de zomer heb ik me zitten verwonderen over een club van dit soort mannen en echtgenotes/partners. Zij deden er werkelijk wel een half uur over om hun leren pakken, niergordels en laarzen aan te trekken, hun intercom aan te sluiten, motoren warm te laten draaien, helmmuts en helm op te zetten, zich op (of in?) het zadel te hijsen en de eerste versnelling te vinden.

Ondertussen natuurlijk alweer badend in het zweet, want dit alles is geen pretje met vijfentwintig graden. Volgens mij vonden ze het zelf ook niet leuk om zich als een worst in een strak vel te sealen. Nu maar hopen dat je wel wat wind voelt tijdens het rijden en dat er niet teveel stoplichten op rood staan, want dan sta je weer stil in je zwarte sauna-pak.

Klein, kleiner…

Ik vind het een interessante vraag: hoe groot is je gevangenis?
Misschien dat je als motorrijder denkt, zoals ik vroeger deed, dat automobilisten in een blikken gevangenis opgesloten zitten. Heb je niet in de gaten dat je zelf opgesloten zit in een leren pak en een helm op je kop. Veel kleiner kan je gevangenis toch niet zijn?

Kleinst

Toch wel.
We zijn allemaal gevangenen van onze eigen (voor-)oordelen, conditioneringen, aannames en automatismen. En er is geen clipje of ritsje om de geest te openen. Of het nu gaat om het vervoermiddel waar je in of op rijdt, de leefregels die je aanhangt of de hogere macht waarin je gelooft, overal liggen de dogma’s op de loer.

Als je meewarig naar een ander kijkt is de kans reëel dat je eigen geest ingeseald zit als een worst. Tijd om wat gaatjes te prikken en wat frisse lucht toe te laten.
Een open mind kan werkelijk open zijn. Open betekent dat er ruimte is.
Ruimte voor andere denkbeelden, ruimte voor onzekerheid over- en bevragen van je eigen denkbeelden.
De gevangenis opent zich.

Foto: Christopher Burns on Unsplash