Ik ben van plan het nieuwe jaar te beginnen met enkele berichten over de herkomst of oorsprong van mindfulness. Tijdens het surfen kom je dan al snel uit bij Frits Koster, die enkele jaren monnik was, uitgebreid de Boeddhistische psychologie bestudeerde, les geeft aan opleiding tot mindfulnesstrainer bij het IVM en een aantal boeken schreef. Frits is zorgvuldig en helder in zijn bewoordingen:

Mindfulness is de Engelse vertaling van een kernbegrip dat in het Pali – een oude Aziatische taal waarin de oorspronkelijke geschriften van het boeddhisme zijn opgesteld – sati wordt genoemd. Sati betekent het observeren of in figuurlijke zin oog in oog zijn met wat zich in het nu in of aan ons voordoet. Het impliceert tegenwoordigheid van geest; ontspannen aandacht. Sati heeft als functie het niet vergeten wat nu plaatsvindt; de Amerikaanse psychiater/meditatiebegeleider Mark Epstein beschrijft het dan ook als ‘het ons herinneren wat in het nu gebeurt.

Volgens de boeddhistische psychologie heeft Mindfulness een beschermende werking en kan zij beschouwd worden als een levensvriend of beschermengel. Eigenlijk is het moeilijk om een precieze Nederlandse vertaling te geven; om de specifieke observatieaspecten te blijven accentueren, gebruikt men vaak de term Mindfulness. Een Nederlandse vertaling die zeer in de buurt komt is ‘opmerkzaamheid’, terwijl men ook vaak spreekt over aandacht of aandachttraining.

Mindfulness vindt plaats wanneer sprake is van drie componenten, die met elkaar verbonden worden.
Allereerst is er bewustheid of tegenwoordigheid van geest; een helder gewaar zijn wat zich in het nu in of aan ons voordoet.
Een ander belangrijk aspect bij Mindfulness is acceptatie. Mindfulness wijst niets af. Het (ver)oordeelt niet, alles wat op het moment plaatsvindt mag er zijn. In die zin brengt Mindfulness- of aandachttraining een bepaalde mildheid of vriendelijkheid met zich mee.
Ten slotte is er een belangrijk ingrediënt dat benoemt kan worden als het niet met het object identificerend observeren. Dit verwijst naar een wonderlijk fenomeen dat we als mens allemaal kennen. Van geboorte af aan neigen we er namelijk toe ons te vereenzelvigen met van alles en nog wat. Zo vereenzelvigen we ons met ons lichaam; we ontwikkelen een symbiose met onze moeder of andere mensen; we hechten ons aan bezittingen en beschouwen ze als een verlengstuk van onze persoonlijkheid.
Ook op innerlijk niveau vinden deze identificatiepatronen volgens de boeddhistische psychologie plaats. Zo gaan we ons identificeren met gemoedstoestanden (‘mijn woede’, ‘mijn depressie’) en gedachten en worden hier soms volledig door betoverd of zelfs geobsedeerd. Mindfulness beschouwt al deze menselijke ervaringen en verschijnselen juist objectief en observeert op een niet ermee vereenzelvigende manier wat zich in het nu voordoet.

Om dit te verwezenlijken blijkt het op een subtiele, accepterende maar ook nuchtere manier benoemen of innerlijk noteren wat we op het moment gewaar zijn zeer functioneel. We gaan gedachten, gevoelens en zintuiglijke prikkels hierdoor erkennend maar ook nuchter opmerken of etiketteren, als ‘horen’, ‘horen’, ‘horen’; ‘denken’, ‘denken’; ‘boosheid’, ‘verdriet’, enzovoort. Zo ontwikkelen we een houding waarmee we vanuit een meta- of getuigenperspectief observeren wat zich van moment tot moment voordoet.

Deel van een interview met Frits Koster uit GGZ magazine PsychoPraxis, april 2007, getiteld “Frits Koster over Mindfulness: een moderne behandelingswijze vanuit een eeuwenoude traditie”

Frits Koster leefde een aantal jaren als boeddhistisch monnik in Zuidoost-Azië, is meditatiebegeleider en geeft voorlichting over stresshantering en burnoutpreventie in de gezondheidzorg en de dienstverlenende sector. Hij is auteur van diverse boeken en is aandachttrainer (zie www.fritskoster.nl voor meer informatie).

Foto: Anthony Ginsbrook on Unsplash