Dat was de titel van een lezing van Dzogchen Rinpoche, een hoge Tibetaanse Lama, die ik een tijd geleden bezocht. In dit blogje zet ik mijn aantekeningen van de lezing op een rijtje. Rinpoche (spreek uit als Rinpotsjee) is een Tibetaans boeddhistische eretitel en betekent letterlijk ‘de kostbare’.

De goede vraag

Het is heel frappant dat veel mensen bezig zijn met de vraag waarom ze zo ongelukkig of ontevreden zijn, maar slechts heel weinig mensen zich afvragen waarom ze gelukkig zijn. Niet omdat het anders moet en ze ongelukkiger zouden willen zijn, maar gewoon omdat het eigenlijk wel een goede vraag is: waarom ben je eigenlijk gelukkig als je je gelukkig voelt?

Verdiensten en karma

Geluk heeft niets te maken met bezit of intelligentie, maar wél heel veel met verdienste (eng: merit). Hier ligt een relatie met het begrip karma, een begrip dat vaak (lees ‘meestal’) verkeerd begrepen wordt. Laten we voor nu en in het kader van dit onderwerp zeggen dat karma te maken heeft met onzelfzuchtig handelen, met ‘goede daden doen’, en de gevolgen die deze daden hebben.
Verdienste is een belangrijke brandstof voor geluk. Net als bij een auto: als de brandstof op is, moet je de auto duwen. Als je geen verdiensten hebt is het met het geluksgevoel wat minder gesteld.

Duurzaam geluk

Duurzaam geluk heeft te maken met de manier waarop we tegen winnen en verliezen aankijken. Winnen en verliezen zijn onderling afhankelijk; zonder winnen is er geen verliezen; zonder verdriet is er geen geluk.

Het beseffen van de onderlinge afhankelijkheid van winnen en verliezen is belangrijk volgens Rinpoche. Wanneer je dit beseft hoef je niet bang te worden wanneer dingen veranderen. We schrikken ons immers vaak een hoedje wanneer het ineens (schijnbaar) tegenzit.
Een crisis wordt meestal gedefinieerd door de korte-termijn effecten ervan. Maar als je op de langere termijn kijkt blijken crises de kiem voor verandering te bevatten.

Rinpoche gaf een voorbeeld uit de recente geschiedenis: de verovering van Tibet door de Chinezen in 1959. Een verschrikkelijke gebeurtenis natuurlijk. De ouders van Rinpoche moesten vluchten naar India, het land waar hij geboren is in 1964. Maar ondanks dat heeft dit verlies de Tibetanen ook veel inzicht gegeven. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de Tibetanen zijn gaan nadenken wie zij eigenlijk zijn, het heeft ze zelfbewustzijn en kracht gegeven, en heeft ervoor gezorgd dat het Tibetaans Boeddhisme zich heeft verspreid over de hele wereld.

Compassie

Het “zaad van de winst” zit in compassie. Handelen met compassie geeft misschien geen snel resultaat, maar wel een beter en stabieler resultaat. Ook in het Christendom en in de Islam is aandacht voor compassie. Je kunt het overal beoefenen: op school, in de supermarkt, op je werk, overal.
Leed komt van het denken aan jezelf, geluk komt door te denken aan de ander.

En hier komen we bij een punt waarop het vaak mis gaat. We proberen compassie te beoefenen, of we proberen gelukkig te zijn, en dat kan niet. Het woord proberen veronderstelt een voornemen, een plan, en ook een bedoeling, een resultaat zo u wilt. En daar voelt u hem al aankomen. Daar wordt een voorwaardelijkheid geschapen, een omstandigheid die maakt dat als het resultaat niet gehaald wordt, we ons voelen alsof we gefaald hebben of dat we teleurgesteld raken.

Dan maar niets meer proberen?

Ook in het Boeddhisme is sprake van het maken van plannen; niet op basis van te halen resultaten maar op basis van de science of mind. Zo worden in de Tibetaans Boeddhistische visie 4 aspecten van belang geacht voor de waarneming en interactie met de omgeving. Deze aspecten zijn, kort samengevat: de referentiële vorm, bijv. van een bloem; de waarneming, bijv. het oog dat de bloem ziet; het bewustzijn dat de bloem uiteindelijk waarneemt en de zgn. “onmiddellijke voorwaarde”, wat te maken heeft met de ‘wil’ of de intentie om de bloem waar te nemen.

De eerste drie aspecten zijn ‘gewoon’ aanwezig, het vierde aspect is er één waar je door middel van meditatie meer inzicht in kunt krijgen. Deze 4 factoren maken in ieder geval dat je een relatie met je omgeving aan kunt gaan.

Goed en slecht, mooi en lelijk, het zijn in zekere zin keuzes van je ‘mind’/geest, mede ingegeven door gewoontevorming. De grens tussen de tegenpolen is nooit stabiel. Altijd hebben we wel wat ergens van te vinden. Dit zijn menselijke eigenschappen. Erkennen dat dit zo is is al een manier om hier wat minder ‘stress’ van te hebben.

Inzicht in ‘de twee pijnen’

Het is als met hoofdpijn. Hoofdpijn is een fysieke pijn. Dat is pijn nr. 1. Als we hoofdpijn hebben, willen we dit (uiteraard) niet. We balen en verzetten ons. En daar is pijn nr. 2: de mentale pijn, als gevolg ván de hoofdpijn dus. Deze mentale pijn van verzet kan erger worden dan de hoofdpijn die we eerst hadden.

Inzicht in de mechanismen achter het niet-willen wat zich voordoet, zoals bijv. hoofdpijn, krijg je door te mediteren.
Mediteren is de geest leren kennen. Leren zien dat je geest gevoelens en gedachten creëert, en daardoor ervaringen vorm geeft. “Rest the mind” is een sleutelbegrip in meditatie. De ‘mind’/geest is als een ondeugende aap: hij zit vol energie en heeft er lol in ons voor het lapje te houden met (letterlijk) hersenspinsels.

Laten rusten

Het niet kunnen laten rusten van de geest betekent dat we dingen gaan DOEN, we gaan bijv. proberen gelukkig te zijn. De kunst is het om niet te doen, of beter gezegd: om te niet-doen. En dat kun je dus niet doen.

Niet-doen heeft te maken met laten rusten en aanvaarden. Daar gaan vast al weer heel wat nekharen overeind staan. Alsof je het leuk moet vinden dat je hoofdpijn hebt. Nee, dat zei Rinpoche niet. Je kunt best iets niet leuk vinden om het vervolgens toch te kunnen aanvaarden.

Je hoeft niet op vakantie te gaan om vreugde en rust te kunnen ervaren. Niet-doen en aanvaarden wat er is is nog gratis ook.
Door te oefenen in niet-doen hebben uiterlijke vormen (waar hoofdpijn er één van is) minder invloed op ons systeem. De grond van onze ervaring is nu teveel onze ratio, ons verstand.

Een gezonde of een verwarde geest

Niet-doen is wijsheid cultiveren. Het heeft alles te maken met common sense, waarvan in dit verband de vertaling gezond verstand een hele mooie is. Cultiveren van wijsheid leidt tot verdienste verzamelen. Verdienste verzamel je met de juiste motivatie, die op zijn beurt leidt tot goed handelen. Let er maar eens op wanneer je iets doet voor een ander. Wat zijn, diep van binnen, je motieven? Doe je het voor de ander (vanuit je hart) of doe je het eigenlijk toch voor jezelf (vanuit je verstand)?

Geven leidt ogenschijnlijk tot verlies maar uiteindelijk tot verdienste. Bied je hulp genereus aan aan anderen. Dit verhaal is misschien wat verwarrend, maar als je jezelf geeft doe je het niet voor jezelf. Door je zelf “uit te sluiten” wordt je vanzelf “ingesloten”, als je het voor jezelf doet wordt je uiteindelijk uitgesloten.
Zo zijn geven en ontvangen, en winst en verlies met elkaar verbonden.

Photo by Noah Silliman on Unsplash