“Hij legde zich erop toe om verborgen en naamloos te blijven”, schreef eeuwen geleden een biograaf over een Chinese wijze die na zijn dood zeer beroemd zou worden, Lao Zi.

Deze wijze staat niet alleen, hij behoort tot diegenen die op het gebied van religie en spiritualiteit liever NIET met hun overtuigingen op de voorgrond treden en die behept schijnen met een altijd oproepbaar besef van niet-weten.

‘Stillen in den lande’, heetten ze bij ons in de Middeleeuwen – nu zijn ze ook te vinden in het openbare leven, als dichter, politicus, zenmeester, theoloog.

Openheid is hun hartswoord, dat zich uitdrukt in de scepsis over etiketten, indelingen, stellegheid, dogma’s, beroep op algemeenheid of autoriteit. Openheid en scepsis: twee bewegingen uit één en dezelfde bron.

Aldus de flaptekst van De stille stem, een boek dat gaat over verlangen naar openheid, over de soms verlammende werking van woorden, die in hun pogingen die openheid te benoemen haar zo vaak juist dicht timmeren. Bepalen, afgrenzen.

Openheid, niet-benoemen, niet-weten.

Auteur Jan Oegema schrijft er naar mijn mening prachtig over, en weet het thema op een werkelijk open manier te beschrijven. Hij gebruikt daarbij velerlei bronnen van, met name, kunstenaars, die immers vaak in hun kunst het onuitdrukbare tot uitdrukking proberen te brengen. Die vaak de beperktheid van bewoordingen principieel niet willen gebruiken en zo aan het schilderen of dichten slaan.

Natuurlijk is dichten ook werken met woorden. Maar ik denk toch veel minder om te beschrijven, maar veel meer om ruimte te maken.

Dus Oegema parafraseert naar hartelust, er komen heel wat filosofen en dichters voorbij: Vasalis, Lucebert, Borges, Hume, Schopenhauer, Dickinson, Rumi en ga zo maar door.

Maar het is geen citatenbundel geworden. Integendeel. Oegema probeert precies en poëtisch, met gebruikmaking van mooie taal, het niet-weten te beschrijven. Ja, en dat is een paradox. Er was ook een deel in het boek dat ik meende te merken hoe hij het niet-weten tóch probeerde te vangen in weten. Voor mij (inmiddels) een heel herkenbaar fenomeen en natuurlijk (denk ik) een grote valkuil bij dit schrijven. Tóch heb ik er nooit de vinger op kunnen leggen, en zijn afsluitende beschouwingen deden de balans 100% zeker doorslaan naar de niet-weten kant.

Een prachtig boek en aanrader!