De toekomst doet geen pijn. Nog niet.

De toekomst doet geen pijn. Nog niet.

In de New York Times vond ik op een surftocht een interessant artikel van Matthieu Ricard, vooraanstaand Tibetaans Boeddhist en schrijver van diverse boeken. Het vertalen was een hele klus, maar m.i. de moeite waard. Vandaag het eerste deel. Hopelijk geniet u ervan.

The future doesn’t hurt. Yet.

Als ik ‘s ochtends vroeg in de weide zit, die gelegen is voor de heuveltop waar mijn hut op staat, op zo’n twee uur rijden van Katmandu, Nepal, nemen mijn ogen honderden kilometers aan schitterende Himalaya bergtoppen waar, opgloeiend in de opkomende zon. De sereniteit van het landschap vloeit natuurlijk en naadloos samen met de vrede die ik van binnen voel. Dit is ver weg van het eens zo hectische stadsleven dat ik leidde.

Maar de vrede die ik ervaar is geen ontsnapping van de wereld daar beneden – of van de wetenschap die ik eens bestudeerde. Ik werk met de moeilijkste wereldse problemen die onderzocht worden door de 30 instanties en scholen die Karuna-Shechen (de organisatie die ik creëerde met een aantal toegewijde vrienden en weldoeners) leidt in Tibet, Nepal en India.

Getuige van een ravage

En nu, na 40 jaar tussen deze majestueuze bergen, wordt ik mij op indringende wijze gewaar van de ravage die de klimaatverandering in de Himalaya en op de Tibetaanse hoogvlaktes teweegbrengt. Van waar ik zit in mijn kleine weide is het extra triest om getuige te zijn van het almaar grijzer en grijzer worden van de Himalaya-toppen, als gevolg van de smeltende gletsjers en de zich optrekkende sneeuwgrens.

Praatjes vullen geen gaatjes

Het debat over de klimaatverandering wordt vooral gevoerd door mensen die in steden leven, waar alles kunstmatig is. Zij ervaren niet echt de veranderingen die gaande zijn in de echte, natuurlijke wereld. De overgrote meerderheid van Tibetanen, Nepalezen en Bhutanen die aan beide zijden van de Himalaya leven, hebben nooit gehoord van de opwarming van de aarde. Zij hebben geen toegang tot onze nieuwsmedia.

Wat zij wél zien is dat het ijs op de rivieren en meren niet meer zo dik wordt, dat de temperaturen in de winter hoger worden en dat de lentebloesems eerder komen. Wat zij wellicht niet weten is dat dit alles symptomen zijn van veel grotere gevaren.

IJsmeren

In het prachtige koninkrijk Bhutan, waar ik negen jaar verbleef, laat recent onderzoek door de enige glacioloog van het land, Kharma Thoeb, zien dat de natuurlijk morene-dam, die twee ijsmeren van elkaar scheidt in het Lunana gebied, vandaag de dag 31 meter dik is. In 2003 was dit 74 meter. Als deze dam bezwijkt zal zo’n 53 miljoen kubieke meter water in de vallei van Punakha en Wangdi stromen, een enorme ravage veroorzaken en talloze levens kosten.

Er zijn totaal zo’n 400 ijsmeren in Nepal en Bhutan waarvan de natuurlijke dammen kunnen bezwijken waardoor bewoonde gebieden in de dalen overstroomd raken. Als deze overstromingen plaatsvinden, zullen de gletsjers aanzienlijk sneller kleiner worden. Dit zal op zijn beurt droogte veroorzaken, omdat de beken en rivieren niet meer gevoed worden door de smeltende sneeuw.

De derde ‘pool’

Chinese klimatologen hebben de Himalayaanse- en andere belangrijke gletsjers van Tibetaanse plateau wel “de derde pool” van onze kwakkelende planeet genoemd. Er zijn ongeveer 40.000 grote en kleine gletsjers op het Himalayaanse plateau. Dit gebied smelt drie tot vier keer sneller dan de Noord- en Zuidpool. Het smelten gaat extra snel in de gebieden van de Himalaya waar de vervuiling neerslaat. Daar wordt namelijk de sneeuw donkerder, waardoor meer licht (is warmte) opgenomen wordt.

Volgens internationale ontwikkelingsorganisaties is ongeveer de helft van de bevolking van China, Myanmar, Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam, India en Pakistan afhankelijk van de rivieren die afkomstig zijn van het Tibetaanse plateau voor hun landbouw en watervoorziening en, daardoor, hun overleving. De consequenties van het opdrogen van deze grote rivieren zal catastrofaal zijn.

Ricard’s pad

Toen ik 20 was, werd ik ingehuurd als onderzoeker in het moleculair biologische laboratorium van François Jacob, die zojuist de Nobelprijs voor de geneeskunde had gewonnen. Ik werkte daar zes jaar aan mijn promovering. Het leven was verre van saai, maar er miste iets essentieels.

Alles veranderde toen ik in Darjeeling, noord-India, kwam in 1967. Ik ontmoette daar enkele opmerkelijke mensen die, voor mij, toonden  hoe een volledig geleefd mensenleven eruit kan zien. Deze Tibetaanse meesters, die allen net de communistische invasie van Tibet ontvlucht waren, straalden innerlijke goedheid, sereniteit en compassie uit.

Terug gekeerd van deze eerste reis, werd ik mij bewust dat ik zojuist een realiteit gevonden had die mij mijn hele leven zou kunnen inspireren en richting en betekenis geven. In 1972 besloot ik naar Darjeeling te verhuizen, in de schaduw van de Himalaya, om daar te studeren onder de grote Tibetaanse meesters Kangyur Rinpoche en Dilgo Khyentse Rinpoche.

Naar een eenvoudig leven

In India, en later in Bhutan, leefde ik een mooi en eenvoudig leven. Ik begon te begrijpen dat sommige mensen meer gelukkig lijken dan anderen, maar dat dat geluk evengoed kwetsbaar en incompleet is; en dat het bereiken van duurzaam geluk als een manier van zijn, voortdurende inspanning en training van de geest vereist, om kwaliteiten als innerlijke vrede, mindfulness en altruïstische liefde te ontwikkelen.

Een interview met gevolgen

Toen, op een dag in 1979, kort nadat ons klooster in Nepal was voorzien van een telefoonverbinding, belde iemand uit Frankrijk om te vragen of ik deel wilde nemen aan een dialoog met mijn vader, de filosoof Jean-François Revel. Ik zei “natuurlijk!” maar dacht dat ik nooit meer iets van die persoon zou horen, want ik geloofde niet dat mijn vader, een overtuigd atheïst, ooit een dialoog met een Boeddhistische monnik zou aangaan, zelfs niet als dat zijn zoon was.

Maar tot mijn verbazing ging hij graag akkoord en hebben we samen tien dagen op een prettige manier doorgebracht in Nepal, vele onderwerpen rond de zin van het leven besprekend. Dat was het einde van mijn stille, anonieme leven en het begin van een andere manier van interactie met de wereld.

Het boek dat volgde, “De monnik en de filosoof” werd een bestseller in Frankrijk en werd vertaald in 21 talen.

Lees hier deel 2…

Matthieu Ricard was moleculair bioloog voordat hij besloot te gaan leven in de Himalaya en Boeddhistisch monnik te worden. Hij fotografeert veel en is schrijver van diverse boeken. Hij leeft momenteel in Nepal en is betrokken bij meer dan 100 humanitaire projecten.

Foto: Ales Krivec on Unsplash

Over de auteur:

Ronald de Caluwé is Mindfulness- en Compassietrainer, T'ai Chi en Chi Kung docent en Lichaamsgericht Traumatherapeut i.o. Daarbij zen-beginner sinds eind jaren '80. In 2009 startte hij Relax More. Zie ook Ronald's persoonlijke pagina.

Geef een reactie