Kijk er eens op deze manier naar: onze geest is als een huis, en onze aandacht is de huurder van dat huis. Omdat we geen indringers en ongewenste gasten willen, sluiten we alle deuren en ramen van ons huis. Niemand kan erin tenzij wij hem of haar erin laten. Niemand kan onaangekondigd binnenkomen. Dat is de functie van aandacht – om waakzaam te zijn voor wat onze geest probeert binnen te komen.

Wanneer een boze gedachte probeert binnen te komen, lukt dat niet, tot we de deur openen. Ons doel is echter niet om alles buiten te sluiten; het doel is bewust te zijn van onze omgeving en wat daarin gebeurt. Dan kunnen we er op gepaste wijze mee omgaan.

We kunnen de deur openen voor de boze gedachte, ernaar luisteren, en hem vragen weer te vertrekken.

We herkennen de boze gedachte als een gedachte en verwarren hem niet met wie wij zijn. Dát is het punt. Dát verschuift de ervaring. In plaats van te denken “nu ben ik boos” kun je denken “ah, kijk, een boze gedachte is in mijn geest gekomen”. Het is makkelijk(er) een gast in de geest los te laten dan wanneer je de identiteit van de gast aanneemt.
Want wie vraag je dan te vertrekken?

Vrij naar Dzogchen Ponlop Rinpoche, “Rebel Buddha”

Foto: Andres Iga on Unsplash