Regelmatig komt de vraag naar voren waarom je eigenlijk je geest zou moeten oefenen, oftewel mediteren. Matthieu Ricard is hier wat mij betreft heel duidelijk in:

Waarom oefenen?
Ik vraag me eigenlijk af waarom we die vraag stellen. Niemand stelt immers dezelfde vraag aan een getalenteerd artiest of aan iemand die een pianist wil worden.

Hoe zou het zijn als die persoon zou zeggen “Waarom zou ik oefenen? Waarom ga ik niet gewoon het toneel op en speel ik Mozart?”

Wanneer het aankomt op gewone menselijke kwaliteiten die we allemaal willen hebben en (eens) hopen te bezitten – altruïsme, innerlijke kracht, de vrijheid om adequaat om te gaan met dat wat op ons pad komt, emotionele stabiliteit, niet van ons stuk gebracht worden door haat, hebzucht en jaloezie – dan denken we ineens dat we deze zullen verkrijgen omdat we ze willen hebben, zonder enige training.
Of we denken dat dit vaststaande gegevens zijn, dat ze niet veranderlijk zijn, dat we ze niet kúnnen trainen.

Het is werkelijk absurd te denken dat je deze positieve kwaliteiten krijgt zonder er iets voor te doen.

We hebben de potentie om aardig(er) te zijn, om aandachtig en mindful te zijn, om ons goed te voelen. We gebruiken echter maar een klein gedeelte van dit potentieel, en dát is waar meditatie om de hoek komt kijken: om de kwaliteiten die we hebben tot hun volle potentieel te ontwikkelen; de kwaliteiten die nu slapend, latent, onderbelicht en ongebruikt blijven.

Foto: Jamille Queiroz on Unsplash