Hersenzenuw

« Naar begrippenlijst

Wanneer we spreken van een hersenzenuw (enkelvoud) hebben we het altijd over een paar. Tien van de twaalf paar hersenzenuwen ontspringen uit de hersenstam.

Hersenzenuw (Wikipedia)
Links: Hersenbasis gezien vanaf onder, met de hersenzenuwen in kleuren aangegeven.
Rechts: Schedelbasis, met (in het donker) de zogenaamde foramina, waardoor de meeste zenuwen de schedel verlaten.

Onder hersenzenuwen of craniale zenuwen worden de zenuwen verstaan die rechtstreeks uit de hersenen en hersenstam ontspringen. Hersenzenuwen worden hiermee onderscheden van de rugzenuwen, die uit het ruggenmerg ontspringen. Hersenzenuwen geven informatie door tussen het brein en verschillende delen van het lichaam, met name in gebieden in het hoofd en de nek.

Ruggenmergzenuwen ontspringen achtereenvolgens uit het ruggenmerg, waarbij de eerste ontspringt uit de ruimte net boven de eerste halswervel. De hersenzenuwen ontspringen uit het centrale zenuwstelsel (CZS), boven dat niveau. Elk paar hersenzenuwen komt voor aan beide kanten van het lichaam. Afhankelijk van hoe de definitie wordt gesteld, hebben mensen twaalf of dertien paar hersenzenuwen, die worden aangegeven met de Romeinse cijfers I–XII ("hersenzenuw nul", ook wel de "nervus terminalis", wordt soms ook inbegrepen). De nummering van de hersenzenuwen is gebaseerd op de volgorde waarin zij ontspringen uit het brein, van voor naar achter (hersenstam).

De nervus terminalis, de nervus olfactorius (N. I) en de nervus opticus (N. II) ontspringen uit het cerebellum of de voorhersenen. De andere tien paar ontspringen uit de hersenstam, het diepste deel van de hersenen.

De hersenzenuwen maken deel uit van het perifere zenuwstelsel (PZS), hoewel N. I en N. II op structureel niveau eigenlijk beter bij het centrale zenuwstelsel passen.

« Naar begrippenlijst