Home » Lichaam » Polyvagaaltheorie

Polyvagaaltheorie (PVT)

« Naar Relaxicon begrippenlijst

De polyvagaaltheorie draait om de communicatie tussen hersenen en lichaam. Hij beschrijft hoe allerlei signalen en mechanismen ons gedrag sturen en zo ons gevoel van veiligheid bepalen. De theorie is niet heel erg complex, maar heeft wel op meerdere gebieden betrekking. Dit maakt de polyvagaaltheorie soms wat lastig te overzien.

In dit Relaxicon-onderwerp beschrijf ik de theorie twee keer: eerst eenvoudig en begrijpelijk voor leken, daarna verdiep ik een aantal aspecten en concepten, waarbij ik meer technische- en Latijnse termen gebruik.

Bij cliënten die bij ondergetekende sessies trauma-therapie volgen, vertel ik vaak over de polyvagaaltheorie om te verduidelijken hoe hun zenuwstelsel werkte ten tijde van het gebeuren, dat dat een vorm van zelfbescherming was én hoe dat in Somatic Experiencing® richting geeft aan het verloop van een sessie.
Deze pagina (en dan vooral het eerste deel, dat voor leken zeer geschikt is) bevat alle belangrijke info netjes op een rijtje.

De wetenschap van het gevoel
van verbondenheid en veiligheid

The great thing then, in all education,
is to make our nervous system our ally,
as opposed to our enemy.
William James, 1914, Habit

Ongelofelijk, dat William James in 1914 al doorhad dat ons zenuwstelsel zo belangrijk is voor ons gevoel van veiligheid als precies 80 jaar later Stephen Porges in zijn polyvagaaltheorie aantoonde…

Deel 1: de polyvagaaltheorie voor leken

Waar gaat de polyvagaaltheorie over?

Het autonome deel van ons zenuwstelsel – het deel dat onbewust allerlei lichaamsfuncties regelt – blijkt meer te zijn dan alleen dat. Het blijkt ook de belangrijkste structuren te bevatten die ons veiligheid of dreiging laat ervaren. De polyvagaaltheorie beschrijft de taal van ons autonome zenuwstelsel.

Stephen Porges, bron: www.stephenporges.com
Stephen Porges, bron: www.stephenporges.com

Hoogleraar psychiatrie en neurowetenschapper Stephen Porges publiceerde in 1994 de polyvagaaltheorie. Hierin geeft hij een zeer goede verklaring voor hoe de evolutie van ons autonome zenuwstelsel verklaart hoe wij omgaan met stress, dreiging en sociaal gedrag. Daarbij weet Porges dit te koppelen aan allerlei lichamelijke en mentale klachten die nu we nu (zowel in de psychiatrie als in de interne geneeskunde) los van elkaar zien.

Een niet goed gereguleerd autonoom zenuwstelsel (= gedisreguleerd, oftewel uit balans) kan volgens de polyvagaaltheorie (PVT) een verklaring zijn voor o.a. een aantal buikklachten (waaronder obstipatie, prikkelbare darm syndroom, spastische darm), voor de meeste post-traumatische verschijnselen, prikkel-overgevoeligheid en verschillende verschijnselen bij autistische stoornissen.

Het mooie van Porges’ werk is dat hij niet alleen een theorie bedacht heeft maar óók de praktische consequenties overziet en andere – meer lichaamsgerichte – behandelopties voorstelt, waarmee inmiddels ook al goede resultaten worden behaald.

Hoe oud is de polyvagaaltheorie?

Porges’ belangstelling voor de werking van het autonome zenuwstelsel dateert uit 1969, toen hij voor het eerst onderzoek deed naar hartritmevariabiliteit (= kleine variaties van het normale hartritme, die ‘meebewegen’ met het ritme van de adem).
Diep inzicht verwerven kost blijkbaar veel tijd. Dat zien we als we kijken naar de eerste publicaties over de polyvagaaltheorie (in 1994) en het feit dat we nu – anno 2020 – pas de eerste voorzichtige introductie in de reguliere gezondheidszorg zien…

Voor de duidelijkheid: de polyvagaaltheorie is misschien nog niet zo heel oud; de werking van ons zenuwstelsel is zo oud als de mensheid bestaat. Het woord theorie heeft verschillende betekenissen. Het kan ‘bewering’ betekenen, alsof het een mogelijkheid is dat ons zenuwstelsel zo werkt als beschreven, en dat er ook andere mogelijkheden zijn. Theorie betekent echter ook ‘wetenschappelijk beginsel’, dat misschien nog nadere uitwerking of verfijning kan gebruiken, maar in de basis niet meer ter discussie staat bij deskundigen.
Dit laatste geldt voor de polyvagaaltheorie. Een ander voorbeeld is de evolutietheorie.

Wat betekent polyvagaal?

Polyvagaal betekent “meer vagale banen” (poly = veel, vagaal = de nervus vagus betreffend [een belangrijke hersenzenuw, waarover later meer…]).
De indruk kan makkelijk ontstaan dat de polyvagaaltheorie alléén over de nervus vagus gaat, maar dat is niet zo. In de PVT zijn ook andere hersenstructuren van belang, waaronder een viertal andere hersenzenuwen.

Kennis is zinloos totdat zij in het lichaam leeft.
Peter Levine

De drie pijlers van de polyvagaaltheorie

De drie hoofdpijlers waar de polyvagaaltheorie op rust zijn:

  1. Hiërarchie
    De evolutionair bepaalde hiërarchie in ons afweersysteem. Hieronder ga ik uitgebreid op deze pijler in.
  2. Neuroceptie
    Ons onbewuste ‘veiligheid-scansysteem’. Heeft een eigen relaxicon-pagina.
  3. Coregulatie
    De invloed die het zenuwstelsel van de ene mens op dat van de andere mens heeft. Heeft een eigen relaxicon-pagina.

Pijler 1: De evolutionair bepaalde hiërarchie in ons afweersysteem

De polyvagaaltheorie beschrijft dat het omgaan met stress en dreiging drie niveau’s kent, achtereenvolgens:

  1. bij twijfel aan veiligheid (de neuroceptie geeft een alarm[pje]): het zoeken van contact en sociale verbinding. Als dat niet voldoende werkt, dan…
  2. is er gevaar: er wordt overgeschakeld naar mobilisatie oftewel de actie-modus, middels de vecht- en vluchtrespons. Mocht dat ook niet helpen…
  3. dan is er levensbedreiging: er ontstaat een respons van immobilisatie of bevriezing.

De wijze waarop deze drie mechanismen tot uitdrukking komen, verschilt van mens tot mens en van situatie tot situatie. Er zijn uiteraard wel gemeenschappelijke elementen, waarover later meer. En de volgorde ligt vast.

Vrije keus?

Belangrijk is te beseffen dat niemand bewust kan kiezen om in de vecht- of vluchtreactie te gaan, of te bevriezen. Veel slachtoffers van bijv. geweld of misbruik hebben schuldgevoelens over het feit dat ze zich niet (heviger) hebben verzet. De respons op werkelijk levensbedreigende gebeurtenissen is echter géén vrijwillige keus.
Ons lichaam maakt zelf die keus op basis van een onderliggend neuraal proces dat we neuroceptie noemen.

In de polyvagaaltheorie bestaat NIET zoiets als een slechte respons, er zijn alleen adaptieve (overlevings-)responsen.

Volgorde

De uiting van verdediging verschilt dan van mens tot mens, de volgorde van doorlopen van de drie mechanismen ligt vast en gaat van sociaal naar mobilisatie naar immobilisatie, zoals bij resp. 1, 2 en 3 hierboven is beschreven.

Eerdere ervaringen kunnen ervoor zorgen dat bij iemand het sociale deel minder ontwikkeld is en snel ‘uitgeput’ is, waardoor iemand al snel in de vecht-/vluchtrespons kan komen. Een situatie die zeer ernstig is kan ook maken dat het sociale verbindingsgedeelte wordt overgeslagen. Het heeft immers geen zin om hulp te zoeken en te proberen een dreiging te sussen (de taak van mechanisme 1) als de kamer waar je in bent in brand staat.

Evolutionair bepaald

Als we kijken naar de volgorde waarin de drie responsen optreden, dan zien we dat deze omgekeerd is in relatie tot hun evolutionaire ontwikkeling. Bij stress en dreiging wordt eerst het nieuwste systeem ingezet, en naarmate de dreiging ernstiger wordt, wordt de respons ouder.

In volgorde van evolutionair ontstaan: Het oudste systeem is dat van immobilisatie (= onbeweeglijk maken), dat dateert uit de tijd van de reptielen. Later, in de tijd dat er vissen ontstonden, kwam er een mobilisatie-systeem met een vecht- en vluchtrespons. Nog weer veel later ontstond het sociale systeem. Dit is het meest ontwikkeld bij zoogdieren. Bij dreiging doorlopen we deze stadia dus in omgekeerde volgorde: eerst sociaal contact maken, dan de vecht- of vluchtrespons en tenslotte de bevriezing.

Welbeschouwd kun je dus zeggen dat we onze hogere (= nieuwere) hersenstructuren gebruiken om onze oudere verdedigingssystemen te remmen wanneer er geen gevaar is. Een evolutionair bepaalde hiërarchie. We noemen dit heel deftig een fylogenetische ordening.

Centraal bij dit alles staat de evolutie van een aantal hersenzenuwen, waarbij de nervus vagus de belangrijkste rol speelt.

Waarom is de polyvagaaltheorie belangrijk?

De polyvagaaltheorie geeft ons inzicht in onze responsen op stressvolle gebeurtenissen en de herkomst van deze responsen. Kennis van ons brein, de hersenzenuwen en met name de nervus vagus, alsmede kennis van hoe dieren in de natuur reageren op levensbedreiging, geven ons aanknopingspunten voor- en inzicht in:

  • waarom het belangrijk is dat kinderen in een veilige omgeving kunnen opgroeien en hun zenuwstelsel zich op een goede manier kan ontwikkelen;
  • de redenen dat mensen op ernstige gebeurtenissen reageren zoals zij reageren;
  • waarom mensen na zo’n gebeurtenis klachten kunnen ontwikkelen;
  • wat een verstandige manier is en wat niet, om om te gaan met mensen na een schokkende gebeurtenis;
  • op welk niveau therapeutische maatregelen zouden moeten ingrijpen;
  • welke behandelmethoden wel of niet effectief zijn bij bepaalde klachten;
  • wat de rol van een goede therapeut – dus met een goed gereguleerd autonoom zenuwstelsel – kan zijn;
  • mogelijkheden voor nieuwe behandelmethoden.

Gevolgen van de polyvagaaltheorie

Toen Porges in 1994 de polyvagaaltheorie publiceerde, vermoedde hij nog niet dat pioniers als Peter Levine (grondlegger van de lichaamsgerichte traumatherapie Somatic Experiencing®) en Bessel van der Kolk (hoogleraar psychiatrie, gespecialiseerd in post-traumatische stressstoornissen) hier heel veel belangstelling voor hadden.

Porges had de immobilisatie als verdedigingsstrategie bij dieren nog niet geduid als een mogelijk traumatische reactie bij mensen. Maar zijn theorie verklaarde eindelijk wat Levine, van der Kolk, Ogden en een aantal andere lichaamsgericht werkende pioniers al zo lang wisten: de weg naar trauma-heling gaat via het lichaam. Zo kan het gevoel van veiligheid getraind worden en terug komen.
We zijn en blijven mensen én zoogdieren, en voor onze overleving hebben we relaties en interactie met anderen nodig. Dit zijn voor veel mensen moeilijke gebieden in het leven, en hier liggen duidelijke links met thema’s als gehechtheid, intimiteit, liefde en vriendschap.

En er is meer…

Twee andere belangrijke nieuwe inzichten die de PVT toevoegt is dat…

  1. het kalmerende zoogdierensysteem ook neuraal verbonden is met de spieren van het gezicht en het hoofd, en…
  2. dat dit een belangrijk deel is voor het autonome zenuwstelsel om te kunnen reguleren met behulp van een ander AZS. Oftewel: hoe een rustig en stabiel iemand een hulpbron kan zijn voor iemand die ‘over z’n toeren is’. Coregulatie (= samen reguleren) is een belangrijke zoogdierenvaardigheid.

Zó kunnen we veiligheid en vertrouwen ook echt gaan voelen en relaties en verbinding aangaan.

Voor de duidelijkheid

Het is niet te zeggen dat gebeurtenis X klacht Y veroorzaakt. Zo rechtlijnig is het niet. Er zijn echter veel verbanden te leggen tussen een aantal lichamelijke klachten en een ontregeling van het autonome zenuwstelsel. Een steeds bekender voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde Adverse Childhood Experiences (ACE), oftewel schokkende ervaringen in de kindertijd. Hier worden duidelijk verbanden aangetoond tussen schokkende gebeurtenissen in de kindertijd en gezondheidsproblemen in het latere leven.

Trauma-heling via het lichaam?

Ja. Lees meer in onderstaande artikelen.

Hoe zit dat dan met klachten die je kunt krijgen na schokkende gebeurtenissen?

Ik wil benadrukken dat de respons van ons autonome zenuwstelsel op schokkende gebeurtenissen een overlevingsrespons is, waarvan het maar goed is dat deze onbewust genomen werd. Iedere veroordeling daarvan getuigt eigenlijk van een onjuist inzicht in wat er op zenuwstelsel-niveau gebeurde.

Wij mensen zijn het verleerd om op een gezonde manier met schokkende gebeurtenissen om te gaan, zodat zij geen ernstig blijvend nadelig effect op ons hebben en op langere termijn klachten veroorzaken. Daarnaast is het zo dat wij tegenwoordig zoveel prikkels en schokkends meemaken dat het ook haast ondoenlijk is dat allemaal op een natuurlijke manier te verwerken.

Je zou kunnen zeggen dat onze verdedigingssystemen ontregeld kunnen raken en vast kunnen gaan zitten / niet terug komen in balans. Gerelateerd aan de drie evolutionaire- en polyvagale niveau’s betekent dit, kort samengevat, dat:

  • een zenuwstelsel ‘vast kan raken’ in mobilisatie, in vechten of vluchten dus (het sympatische niveau van het autonome zenuwstelsel). Een ‘heetgebakerd’ persoon heeft bijv. de vechtmodus heel snel aangezet.
  • of een zenuwstelsel kan vast raken in bevriezen (de dorsaal vagale banen van het autonome zenuwstelsel). Iemand die snel ‘blokkeert’ bij een stressvolle situatie zou een ‘systeem’ kunnen hebben dat vaak gereageerd heeft door te bevriezen en dat dat dus goed ‘geleerd’ heeft.
  • een zenuwstelsel kan niet vast raken in het evolutionair nieuwste systeem: het veiligheids- of sociale systeem. Ieder mens schakelt over op een oudere overlevingsrespons als de situatie maar dreigend genoeg is. Maar oefening, een veilige opvoeding, mentale vaardigheden om met stress en ongemakken om te gaan – veerkracht dus – en een goed ondersteunend netwerk (denk aan coregulatie!) kunnen er wel voor zorgen dat het sociale systeem lang blijft functioneren én sneller herstelt na een schokkende gebeurtenis.
De meeste ideeën in de wetenschap zijn in essentie eenvoudig, en kunnen over het algemeen worden uitgedrukt in een taal die voor iedereen begrijpelijk is.
Albert Einstein

Heb je na het lezen van deze informatie vragen, ben je benieuwd of trauma-heling en/of Somatic Experiencing® je kan helpen of wil je een kennismakingsgesprek plannen, neem dan contact op.

Eind 2019 bezocht ik een congres over de PVT, waar ik via Zoom met prof. Porges sprak over een aantal nieuwe ontwikkelingen op polyvagaal gebied. Dat was bijzonder!

Deel 2: de polyvagaaltheorie – meer technisch en de diepte in…

Inleiding

Hieronder ga ik dieper in op de polyvagaaltheorie. Het is een theorie die vooral complex is door z’n brede invloed. Dit gedeelte zal een stuk technischer zijn en mogelijk niet voor iedere leek begrijpelijk. Daarom staat hierboven een samenvatting die hopelijk voor iedereen begrijpelijk is.

Ontstaan van de polyvagaaltheorie (PVT)

De PVT is ontstaan vanuit de wens om verklaringen te vinden over het vóórkomen van bradycardie en apneu bij pasgeborenen. Het feit dat de n. vagus feitelijk twee tegengestelde functies heeft (bewustzijnsverlaging [DV] enerzijds en sociale betrokkenheid [VV] anderzijds) noemen we de vagale paradox.

Ik ben oprecht geïnteresseerd in de reden waarom onze maatschappij zo gericht is op cognitieve functies, zonder aandacht voor de integratie van onze cognities met onze lichamelijke ervaringen. Het is een feit dat dit leidt tot een soort dissociatie die een aanzienlijk deel van ieders leven in beslag neemt.
Stephen Porges

Tegenwoordig wordt de theorie vooral gebruikt voor toegepast onderzoek naar de neurobiologische mechanismen van psychiatrische stoornissen.
Dankzij het werk van veel therapeuten kan de polyvagaaltheorie nu ook als onderbouwing voor het werken met cliënten in de praktijk worden gebruikt.

De PVT biedt therapeuten een neurofysiologisch raamwerk waarlangs ze inzicht krijgen in waarom mensen zich gedragen zoals ze doen. Door de polyvagale bril gekeken, valt te begrijpen dat gedragingen automatisch en adaptief zijn en dat ze worden gegenereerd door het autonome zenuwstelsel, op een niveau dat diep onder het bewuste waarnemen ligt.

De vagale paradox

Het parasympatisch zenuwstelsel wordt van oudsher gezien als het systeem voor rust, gezondheid, groei en herstel. Maar dat is niet de hele waarheid. Want hoe zit het als iemands hart ernstig vertraagt bij verstarring en grote schrik (“mijn hart sloeg over!”) of wanneer iemand het bij levensbedreiging in zijn broek doet? Want ook hierbij speelt de n. vagus de hoofdrol en dat kun je toch niet echt reacties noemen van rust en herstel. Daar ligt een tegenstrijdigheid…

Porges heeft 20 jaar onderzoek gedaan naar de vagale paradox.  Door de polyvagaaltheorie werd de functie van verdedigingssysteem een deel van het parasympatische zenuwstelsel én kwam er een verklaring voor de verschillende overlevingsresponsen, gebaseerd op de evolutionaire en fylogenetische ontwikkeling van ons zenuwstelsel.

Een duidelijk voorbeeld – waar Porges ook lang mee ‘geworsteld’ heeft – is de premature zuigeling, die vaak te lijden hebben van apneu’s (ademstilstand) en bradycardieën (te lage hartslag). Ontdekt is dat een vroeggeboren baby (< 32 weken zwangerschap) eigenlijk nog het autonome zenuwstelsel van een reptiel heeft. Apneu’s en bradycardieën zijn dan een teken van defensieve reacties van het zenuwstelsel, die niet geïnhibeerd (= gedempt) kunnen worden door de VV, die zich nog moet ontwikkelen.

Bij reptielen is zo’n reactie geen probleem, die kunnen soms meerdere uren zonder zuurstof en overleven ook enige tijd met een zeer lage hartslag. Bij een prematuur zijn hypoxie en bradycardie al ruim binnen een minuut levensbedreigend.

Over de hiërarchische ordening van de drie functionele subsystemen van het autonome zenuwstelsel

Het oudste systeem: de dorsaal vagale banen

  • deze ongemyeliniseerde vagale banen zijn verantwoordelijk voor de basale vagale regulatie van de organen onder het middenrif.
  • in de hersenstam ontspringen deze banen uit de nucleus dorsalis motorius. Deze kern ligt achter (= dorsaal) de kern waaruit de andere vagusbanen ontspringen, vandaar de kortere naam ‘dorsale vagus’, vaak afgekort tot DV.
  • de mens deelt dit systeem met alle andere gewervelde dieren.
  • dit oeroude systeem (ca. 500 miljoen jaar oud) reguleert de homeostase wanneer de situatie veilig is.
  • bij de noodzaak tot verdediging zet dit systeem aan tot immobilisatie, waarbij bradycardie, apneu, verlaagd bewustzijn of collaps op kunnen treden (er is ook een verminderde bloedcirculatie naar de hersenen meetbaar tijdens dissociatie), alsmede reflexmatige ontlasting op gang brengen.
  • we kunnen dit systeem bij reptielen in werking zien: bij dreiging kunnen zij zich als geen ander ‘dood houden’, of zo hun metabole behoeften verlagen om bijv. lang onder water te blijven. Bij een klein reptielenbrein is het geen probleem om langere tijd weinig zuurstof beschikbaar te hebben.
  • ook kraakbeenvissen (haaien en roggen) hebben alleen dit systeem.
  • wanneer dit systeem in ingeschakeld voor de overleving, kunnen we bijv. ervaren dat we afgesloten zijn, een hogere pijndrempel krijgen, slap worden, het bewustzijn verliezen of buiten onszelf raken (dissociëren).
  • vanuit deze laag is het niet makkelijk om te schakelen naar de sympaticus of naar de VV. Ons zenuwstelsel heeft geen efficiënte baan om het weer uit te zetten.

Het orthosympatische zenuwstelsel

  • dit systeem zien we in de evolutie voor het eerst bij beenvissen. Het draagt bij aan beweging, o.a. aan gecoördineerde groepsbeweging, zoals die van een school vissen. Bij hoge activatie wordt het een verdedigingssysteem en remt het het DV systeem.
  • het ontstaan van dit systeem (zo’n 400 miljoen jaar geleden) was belangrijk om de rol van de DV te verkleinen. Immers: immobilisatie kan voor zoogdieren dodelijk zijn, met een brein dat een grote behoefte aan zuurstof heeft.
  • vaak wordt de korte naam ‘sympaticus’ gebruikt.
  • dit systeem is (ook) ingenieus samengesteld, doordat t.h.v. T1 t/m L2 uit het ruggenmerg uittredende zenuwen met elkaar links en rechts naast de wervelkolom een zogenaamde sympatische streng (grensstreng of truncus sympaticus) vormen. De verschillende zenuwen zijn zo met elkaar gekoppeld dat bij dreiging in één keer de hele keten geactiveerd en het lichaam als één geheel en onmiddellijk in de alarmstand komt. Het hart gaat sneller pompen, de bloeddruk stijgt, de ademfrequentie gaat omhoog, de lever maakt glucose vrij, de luchtwegen gaan maximaal open; allemaal activatie. Tegelijk heeft de sympaticus invloed op het vertragen van de spijsvertering en afname van de eetlust; de-activatie dus.
  • een ander effect zien we op het gehoor: bij het ‘aangaan’ van de sympaticus schakelt ons gehoor over van een afstemming op de menselijke stem (soc. engagement) naar afstemming op geluiden van gevaar (lage tonen van roofdieren, hoge tonen van alarmsignalen).
  • de invloed van dit systeem op de organen is omgekeerd t.o.v. het dorsaal vagale systeem. De DV remt orgaanfunctie, de sympaticus stimuleert. Deze mogelijkheid tot ‘fijnregulering’ maakt dat bij gevaar vissen in scholen samen kunnen zwemmen, wegschieten en tot stilstand komen.
  • maar het oude beeld van de “tweestrijd” van de sympaticus als tegenhanger van de parasympaticus is door de PVT bijgesteld. Ook als er geen vecht-/vluchtreactie nodig is, hebben we orthosympatische activiteit nodig, o.a. voor de regulatie van de bloedsomloop en voor een alert en zelfverzekerd gevoel. Maar dus NIET voor het aangaan van sociaal gedrag.
  • wanneer de sympaticus wordt ingeschakeld t.b.v. veiligheid, ervaren we een snellere hartslag en ademhaling en voelen we ons gespannen. De hoeveelheid emoties die we dan kunnen tonen is ook sterk beperkt.
  • de sympaticus is nooit helemaal ‘uit’. Er is altijd een minimale en met de adem mee fluctuerende activiteit om onze hartslag iets bij te regelen in het ritme van de adem. Zo komen we aan onze sinusaritmie en linkt dit weer aan de belangrijke indicator voor een goed gereguleerd autonoom stelsel: de hartritmevariabiliteit.

Het nieuwste systeem: de ventraal vagale banen

  • deze gemyeliniseerde vagale banen zijn verantwoordelijk voor de basale vagale regulatie van de organen boven het middenrif.
  • in de hersenstam (om precies te zijn: medulla oblongata) ontspringen deze banen uit de nucleus ambiguus. Deze kern ligt voor (= ventraal) de kern waaruit de andere vagusbanen ontspringen, vandaar de kortere naam ‘ventrale vagus’, vaak afgekort tot VV. Dit hersenstamgebied is in de loop van de evolutie verbonden geraakt met de aansturing van de spieren van ons aangezicht: spieren voor voedselinname, spieren voor luisteren (de middenoorspieren) en spieren om relaties met anderen aan te gaan (om met onze gelaatsuitdrukking bedoelingen en emoties uit te drukken). Het gaat hier om de hersenzenuwen N. V, VII, IX en XI.
  • daarnaast is de VV óók verbonden met de ademhaling en de hartslag.
  • dit gemyeliniseerde netwerk ontstond zo’n 200 miljoen jaar geleden en is uitsluitend bij zoogdieren te vinden; alle zoogdieren hebben een VV. Het wordt ook wel de ‘zoogdiervagus’, ‘slimme vagus’, ‘compassiezenuw’ of het ‘gezicht-hartsysteem’ genoemd. Er zijn aanwijzingen dat sommige vogels een equivalent van een VV hebben.
  • bij de geboorte is dit systeem nog niet helemaal ‘rijp’. De myelinisatie begint in het derde trimester van de zwangerschap en duurt tot het eind van het 1e levensjaar. Een baby die vóór 30 weken zwangerschap geboren wordt, heeft per definitie een nog niet uitontwikkelde VV.
  • dit derde systeem betekent een extra aanpassingsmogelijkheid voor zoogdieren, die vooral tot uitdrukking komt bij het sociale gedrag dat zoogdieren kunnen – moeten (!) kunnen – vertonen. Het wordt dan ook wel het sociale betrokkenheidssysteem genoemd (SBS), in het Engels social engagement system (SES).
  • dit systeem kan de sympaticus afremmen en zo een vecht-/vluchtrespons downreguleren. Je kunt zeggen dat de taak van de VV is om de verdediging te downreguleren zodat we ons richten op verbinding en sociaal gedrag mogelijk wordt. Dit is bij zoogdieren nodig omdat het voor de voortplanting nodig is dat individuen met elkaar samenwerken, minstens voor de paring.
  • het ventrale systeem is alleen beschikbaar als het signalen van veiligheid opvangt. Als het ingeschakeld is, werken de andere twee systemen (DV en sympaticus) harmonisch samen t.b.v. onze homeostase. Het geeft overigens niet alleen signalen ven veiligheid af, maar zoekt daar ook naar bij anderen.
  • het netwerk kalmeert niet alleen onze inwendige toestand maar maakt ook de beweeglijkheid van het aangezicht mogelijk, waardoor ook onze stem prosodisch kan worden. Door de samenwerking van de hersenzenuwen V, VII, IX, X en XI gaan ogen, oren, stem en gelaat samenwerken met het hart.
  • vanwege het inschakelen van de VV hebben compassie-oefeningen een positief effect op de gezondheid, verminderen zij stress en stimuleren zij het immuunsysteem. VV activiteit is goed voor iedereen en de hele wereld!
  • luisteren is een ingang om het volledige SBS te triggeren.

Naast deze motorische systemen is er een derde vagusbaan van belang, die sensorisch is en in de hersenstam eindigt in nucleus tractus solitarius.

Wat de vagale banen gemeen hebben

Van belang is te begrijpen dat BEIDE vagale banen, dus zowel dorsaal als ventraal, zorgen voor immobilisatie, maar wel twee heel verschillende soorten immobilisatie, gebaseerd op twee verschillende fysiologische toestanden, twee verschillende typen gedrag en een zeer verschillend effect op de organen…
Dorsaal: immobilisatie mét angst -> verstarring, bevriezing;
Ventraal: immobilisatie zónder angst -> relaxatie en herstel. Hierbij speelt de DV ook een rol, nl. om de organen in herstelstand te brengen, meer ‘slowdown’ dan een ‘shutdown’ dus.

Voorbeelden:

Een beer in winterslaap kan niet helemaal ‘uit’ gaan, er blijft activiteit nodig t.b.v. de lichaamstemperatuur. Een schildpad daarentegen kan wél helemaal ‘uit’, deze is koudbloedig. Daarom kan een shutdown bij een zoogdier nooit zo lang duren en diep zijn als bij een reptiel en heeft een zoogdier een VV nodig.

Een muis die merkt dat er een roofvogel in de buurt is, vlucht niet, want dat ziet de roofvogel met zijn scherpe ogen. De muis bevriest, waarbij zijn adem bijna nul wordt. Dat is maar goed ook, want een roofvogel kan zelfs de ademhaling van een muis waarnemen. Wanneer de muis echter té hard schrikt, kan de shutdown té diep zijn en schrikt hij zich letterlijk dood: de adem bevriest te lang. Veel muizen schijnen te sterven aan shutdown door de schrik van een roofvogel of een slang.

Twee gecombineerde autonome toestanden

Zoals altijd zijn de zaken niet zwart-wit. De verschillende autonome systemen staan niet alleen maar aan of uit, maar zijn regelbaar, werken samen en hebben allerlei terugkoppelingsmechanismen. Twee voorbeelden:

Spelen

Als we gedragsmatige elementen van vechten – sympatische activiteit, doordat de vagale rem ontspant – combineren met oogcontact en met elkaar betrokken blijven (SBS) dan ontstaat spelen, en bij volwassenen ook wel sexualiteit. Ook sporten kan vanuit een polyvagaal perspectief een vorm van spelen zijn, alhoewel er tegenwoordig zoveel competitie is dat vaak de overlevingsmechanismen ingeschakeld worden – de vagale rem ontspant teveel en het hele sympatische systeem gaat aan.

Spelen is eigenlijk mobilisatie PLUS inhibitie van mobilisatie. Er worden vaardigheden op het gebied van toestandsregulatie ontwikkeld, zónder angst.

Porges formuleerde het in polyvagale termen erg mooi: “spelen vereist wederkerige en synchrone interacties waarbij het sociale-betrokkenheidssysteem als een regulator van mobilisatiegedrag wordt gebruikt“. Zo bezien is het logisch dat spelen een goede oefening is voor de flexibiliteit van het autonome zenuwstelsel; het regulerend vermogen van het ventraal vagale systeem wordt geoefend. Hierdoor verloopt de autonome regulatie niet allen sneller, maar ook soepeler.

Nb.: Gamen op de computer is meestal niet spelen in de polyvagale zin: er is namelijk geen sociale interactie; wél vaak activatie van de sympaticus. Sporten in de sportschool gebeurt vaak solo, zonder oogcontact, mét mobilisatie. Deze twee voorbeelden zijn dus polyvagaal gezien feitelijk vecht-/vluchtgedrag.

Stilte en intimiteit

Om aan onze aangeboren behoefte aan zorg en genegenheid tegemoet te komen, is het van belang dat we de verdedigingsmechanismen uit kunnen zetten en een toestand van veilige immobilisatie kunnen bereiken. We combineren dan immobilisatie (DV) met verbondenheid (SBS), zodat we rustig kunnen liggen met ons hoofd in de schoot van onze geliefde, of een andere vorm van voedende verstilling kunnen vinden.

Bekend is dat de nucl. dorsalis motorius (waaruit de DV ontspringt) receptoren heeft voor oxytocine. Zo zijn fylogenetisch oude structuren, bedoeld voor verdediging, betrokken geraakt bij spelen en intimiteit.

Voor mensen met een traumatische voorgeschiedenis kan het tot stilstand komen in een toestand van veilige immobilisatie, juist onveiligheid oproepen. Dit kan bij sociale interactie of intimiteit nóg grotere vormen aannemen. De ventrale vagus is niet in staat de sympatische activering te inhiberen. In polyvagale termen gezegd is het van belang dat voldoende signalen van veiligheid vanuit een ander autonoom zenuwstelsel nodig zijn (coregulatie) en dat de vagale rem oefening nodig heeft om zelfregulatie mogelijk te maken. Let ook op de volgorde: polyvagaal gezien proberen we altijd eerst veiligheid via coregulatie te bereiken, voordat we overschakelen op zelfregulatie.

We zouden dus kunnen zeggen dat het AZS vijf toestanden heeft waarin het kan verkeren.

Supra- en sub-diafragmatisch

Behalve in fylogenetische ouderdom is de functie van de n. vagus ook onder te verdelen in ruimtelijke zin:

  • de supra-diafragmatische (supra = boven, diafragma = middenrif) organen zijn eigenlijk alleen het hart en de longen. Deze worden geïnnerveerd door met name de gemyeliniseerde vagus (VV), maar ook door de sympaticus (zodat we in actie kunnen komen) én er zijn een beperkt aantal ongemyeliniseerde vagale vezels (DV) die ook bij volwassenen bradycardie en bradypneu kunnen veroorzaken. Immers: reptielen hebben ook regulatie van hartslag en ademhaling nodig; maar bij hen is het niet erg wanneer deze regulatie een beetje doorschiet; zij kunnen prima een tijdje met een lagere hartslag toe.
    (Voor de volledigheid: ook de sympaticus heeft takken die het hart en de longen beïnvloeden. Deze vitale functies kunnen dus alledrie de hoofdsystemen van het AZS beïnvloed worden.)
  • de sub-diafragmatische (sub = onder) organen worden door voornamelijk ongemyeliniseerde vagale banen geïnnerveerd.

Er is dus een relatie: de oude structuren innerveren vooral het buikgebied, de nieuwere structuren vooral het borstgebied. Volledigheidshalve moet vermeld worden dat de nieuwere structuren ook het hoofd en aangezicht innerveren (in de letterlijke zin nog steeds supra-diafragmatisch 😉 ), maar dan door de andere hersenzenuwen die bij het sociale systeem betrokken zijn: de hersenzenuwen N. V, VII, IX en XI.

Vagale tonus

Een betere term is cardiale vagale tonus, omdat dit is wat in de literatuur bedoeld wordt: de invloed van de ventraal vagale banen op de frequentie van het hart. De vagale tonus wordt bepaald aan de hand van de hartritmevariabiliteit.

De vagale rem

Dit is een prachtig ingebouwd mechanisme dat standaard ons hartritme – dat o.i.v. de natuurlijke sympaticusactiviteit staat – via de ventrale vagus iets vertraagt en wat mee laat fluctueren met het ademritme. Hierdoor ontstaat er een respiratoire sinusaritmie, die dus een maat is voor functioneren van de VV.

Ons hartritme zou zonder de vagale rem tegen de 100 slagen per minuut zijn, dit is het intrinsieke ritme van de sinusknoop in de rechterboezem van het hart, van waaruit onze hartfrequentie normaliter bepaald wordt. De vagale rem inhibeert de natuurlijke sympaticusactiviteit en zorgt voor een hartslag rond de 70. Op de inademing gaat de vagale rem er iets af en stijgt de hartfrequentie een beetje, op de uitademing gaat het uiteraard andersom.

Zo kunnen we zónder de sympaticus zover te activeren dat adrenaline en cortisol vrijkomen, de hartslag met 10 tot 20 slagen verhogen door de vagale rem eraf te halen. Dit is voldoende voor de meeste dagelijkse werkzaamheden. Een (bij een gezond persoon) fijn regelbaar systeem voor lichte mobilisatie zonder vecht- of vlucht-sympaticus-actie, en waarbij de VV regulatie behouden blijft!

Wanneer de veiligheid in gevaar is, wordt de vagale rem helemaal losgelaten, waardoor het sympatisch systeem helemaal aangaat.

Traumatische ervaringen ondermijnen het vermogen tot soepel reguleren van de vagale rem. Het vermogen tot coreguleren is hierbij verminderd. We zien dan vaak ook een verminderde hartritmevariabiliteit.

Ook bij een gesprek is de vagale rem wisselend actief, zodat we ons goed op de ander kunnen afstemmen. De vagale rem laat los wanneer we spreken en wordt weer wat aangetrokken wanneer we op de luisterstand gaan. Idealiter stemmen we automatisch spreken en luisteren op de ander af. Dat geeft een neurale verwachting van wederkerigheid. Als deze autonome afstemming niet soepel loopt, ervaren we dat een gesprek stroef loopt en ligt biologische botheid en het verbreken van de verbinding op de loer.

Praktische ‘weetjes’

  • als de VV oftewel het SBS actief is, wordt ieder verdedigingssysteem onderdrukt (gedownreguleerd).
  • het belang van het evolutionair samengaan van de vagale banen met de regulatie van het gezicht moge duidelijk zijn: hierdoor komt onze fysiologische toestand tot uitdrukking in ons gelaat en weten we als zoogdier wanneer we een ander zoogdier beter niet kunnen benaderen als die bijv. in de fysiologische toestand van woede verkeert.
  • hoewel de neurale basis en de hiërarchie vastliggen, is het wél zo dat dezelfde gebeurtenis bij verschillende mensen verschillende neuroceptieve reacties kan triggeren, met verschillende fysiologische responsen tot gevolg.
  • bij verschillende lichamelijke klachten kan het vagussysteem een rol spelen. Voorbeeld: er zijn aanwijzingen dat PDS/IBS samengaat met een te hoge DV activiteit, óf juist met een te hoge sympaticus, waardoor de DV teveel gedempt wordt.
  • onze taal geeft een aantal mooie aanwijzingen voor de werking van ons zenuwstelsel:
    • iemand heeft een onderbuikgevoel (Engels: gut-feeling);
    • zo kan ook de schrik je om het hart slaan;
    • als de schok voorbij is: weer bij zinnen komen (Engels: coming to our senses);
    • iemand staat op het punt van shutdown: met knikkende knieën.
  • bij psychiatrische aandoeningen zien we – naast verschillende vormen van geestelijk lijden – vaak een aantal gezamenlijke andere kenmerken. Veel psychiatrisch patiënten hebben last van auditieve overgevoeligheid, moeite met oogcontact, een vlakke gelaatsuitdrukking, een gebrek aan prosodie, chronische buikklachten. Dit zijn allemaal kenmerken van een gedisreguleerd autonoom zenuwstelsel

De andere hersenzenuwen die van belang zijn in de polyvagaaltheorie

Ontregeling van het autonome zenuwstelsel is nooit een zaak van alleen de N. Vagus (N. X) of een andere hersenzenuw of breinstructuur. Het is altijd een samenspel. Zoals genoemd spelen ook de hersenzenuwen V, VII, IX en XI een rol bij sociale betrokkenheid. Laten we eens een aantal mogelijke problemen beschrijven die hier kunnen ontstaan bij autonome ontregeling.

N. V, de drielingzenuw

Ook wel de trigeminus genoemd. Een belangrijke zenuw voor de mond- en kaakspieren en de gevoeligheid van het gelaat.

N. VII, de aangezichtszenuw

Verzorgt de meeste gelaatsspieren en heeft daarmee grote invloed in het tonen van gevoelens en emoties en daarmee een toonbeeld zijn voor het al dan niet online zijn van ons sociaal betrokkenheidssysteem en de VV.

N. V en N. VII en het gehoor…

Deze beide hersenzenuwen verzorgen dus samen de aansturing en het gevoel van het gelaat. Grofweg kun je zeggen dat N. VII de aansturing doet en N. V het voelen. Maar beide nervi hebben ook belangrijke rol in het horen, doordat zij de middenoorspieren bedienen (N. V de m. tympani tensor en N. VII de m. stapedius). Deze spieren helpen ons bepaalde geluidsfrequenties binnen de perken te houden, zodat we de spreekfrequenties optimaal kunnen waarnemen. Van groot belang dus voor ons sociale systeem.

Het ontregeld zijn van het autonome zenuwstelsel en deze spierfunctie maakt dan ook dat het lastiger kan zijn om gesprekken te volgen en dat er auditieve overgevoeligheid op kan treden, waarmee de cirkel van ontregeling rond is…

Ook tandheelkundige behandelingen en letsels van het sphenoïd kunnen de functie van deze twee hersenzenuwen negatief beïnvloeden.

N. IX

Behalve de tong en keel, heeft deze zenuw ook belang bij het regelen van de bloeddruk en de ademhaling. Hij heeft namelijk een aftakking in de halsslagader waar hij het CO2 gehalte van het bloed kan meten alsmede de bloeddruk.

N. X

De nervus vagus is hierboven al uitgebreid aan bod gekomen, en heeft ook nog een eigen Relaxicon-pagina

N. XI

Deze zenuw wordt wel gezien als een hele belangrijke voor het welzijn van ons hele bewegingsstelsel. Een ontregeling van deze zenuw kan ervoor zorgen dat twee voornaamste spieren die erdoor aangestuurd worden – de m. trapezius en de m. sternocleidomastoideus, twee spieren die de bewegingen van ons hoofd en nek verzorgen – ‘overspannen’ raken, waardoor een stijve nek, migraine, schouder- en rugproblemen kunnen ontstaan.

Volgens sommige deskundigen mogen we ten behoeve van de praktijk best de hersenzenuwen IX, X en XI als één beschouwen. Als er één ontregeld is, zijn ze meestal alledrie ontregeld.

Meer praktische weetjes over de polyvagaaltheorie

  • het downreguleren van de VV leidt tot het verliezen van spiertonus in het gelaat en de middenoorspieren, waardoor de oren hypergevoelig worden voor geluiden met een lage frequentie, die we van nature associëren met gevaar. Hierdoor wordt het moeilijker om spraak te begrijpen.
  • bij mensen met een vlak affect is meestal de vagale regulatie verminderd, waardoor zij sneller in een sympatische (vecht- of vlucht-)respons zullen schieten. Als dit op jonge leeftijd al vaak gebeurt, kan het leiden tot taalachterstand.
  • vaak zien we dat bij mensen met een emotieregulatiestoornis een afwijking is in de neuromusculaire aansturing van het gelaat. Dit is dus een stoornis in de regulatie van de gemyeliniseerde vagus, die een deel is van het netwerk dat ook de functies van de organen reguleert. Zo is de visie volgens de PVT dat bij mensen met psychische of psychiatrische stoornissen en buikklachten of klachten van hart en longen niet sprake is van twee verschillende ziektebeelden, maar één centraal onderliggend probleem.
  • het injecteren van Botox in de bovenste helft van het gelaat kan leiden tot een verkeerd interpreteren van iemands affect, doordat de functie van oogkringspier, die bijdragen aan het tonen van blijdschap en geluk, minder zichtbaar wordt. Ook medicijnen met een anti-cholinerge werking kunnen de fysiologische toestand en de emotionele expressie verminderen.
  • mensen zijn biologisch ‘geprogrammeerd’ om zich te verbinden met andere mensen. Verbinding is een ‘biologisch imperatief’. Bij trauma is dit vermogen beperkter geworden.

Dit artikel is ook te vinden via www.polyvagaaltheorie.nl.

Foto boven: Halacious on Unsplash

« Naar Relaxicon begrippenlijst
Scroll to Top