De Engelse schrijver Tim Parks schreef ‘Leer ons stil te zitten‘. Ik kreeg het boek vorig jaar op mijn verjaardag.

Parks had onverklaarbare pijnen in zijn onderbuik. Geen arts kon hem er vanaf helpen. Opgevoed in evangelisch-protestantse kringen en allang niet gelovig meer, toont de schrijver zich een groot scepticus wanneer hij gaat mediteren.

Maar hij heeft geen keus. Alleen stilte en concentratie, vooral de zogeheten vipassana-meditatie, waar de mindfulnesstraining van afgeleid is, blijken hem te helpen.

Uiteindelijk schrijft hij:

Taal bouwt koepels, en bouwt daar andere koepels overheen, wanneer de eerste verdwijnen. Omdat woorden nooit stil zijn. Het begin van een zin richt de aandacht vooruit; het einde vereist van je dat je het begin in gedachten houdt.

De ene alinea leidt naar de andere en deze pagina naar de volgende. De ogen zijn de lippen vooruit. Al lezende slaan we de bladzijde om, terwijl de laatste regel van de vorige bladzijde nog op zijn plek moet vallen in ons hoofd. Terwijl ik typ lopen mijn gedachten op mijn vingers vooruit. Voortgedreven. Nooit in het nu. Nooit beheerst door dit moment.

Een boek dat ik met veel plezier heb gelezen. Het is openhartig en eerlijk. Parks is helemaal zichzelf wanneer hij beschrijft hoe hij vecht met zijn klachten, en ook zijn scepsis ten aanzien van de meditatie is mooi beschreven.

Herkenbaar wat mij betreft. Voor een deel vanuit mijn eigen geschiedenis, voor een deel uit de reacties die ik zo af en toe nog krijg van mensen die denken dat meditatie het ontvluchten van de realiteit is, in plaats van de werkelijke ontmoeting ermee.

Een betere reclame voor mindfulness kan ik mij denk ik niet wensen…

Foto: tony fortunato on Unsplash