Het promotieonderzoek van Josine Verhoeven – psycholoog en onderzoeker bij GGZ inGeest – geeft aanwijzingen dat psychologische stress, zoals die wordt ervaren door mensen met een depressie of een angststoornis, een uitwerking heeft op de veroudering van het lichaam. Het hebben van zo’n stoornis bleek geassocieerd met veroudering van de cellen. Vrijdag 3 juni promoveerde zij bij VUmc.

De gevolgen van angst

Het hebben van een depressie of een angststoornis heeft niet alleen psychische gevolgen, maar ook consequenties voor de lichamelijke gezondheid. Personen met stemmings- of angststoornissen hebben een sterk verhoogde kans op het ontwikkelen van verschillende ouderdomsziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, de ziekte van Alzheimer en kanker. Een interessante vraag die deze bevindingen oproept, is of mensen met een depressie of een angststoornis biologisch sneller verouderen.

In de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA) hebben Josine Verhoeven en haar collega’s van 2.292 mensen mét en 644 mensen zonder depressie of angststoornis de telomeerlengte gemeten, een maat voor de biologische leeftijd van cellen. Telomeren zijn de beschermende uiteinden van DNA. Aangezien telomeren verkorten bij elke celdeling en daardoor geleidelijk verkorten bij veroudering, wordt telomeerlengte steeds vaker als een maat voor cellulaire veroudering gezien.

Biologische  veroudering

Het hebben van een depressie of angststoornis bleek inderdaad geassocieerd met een kortere telomeerlengte, wat wijst op biologische veroudering bij mensen met een zo’n stoornis. Ontregelingen in fysiologische systemen, waaronder het immuunsysteem en de vet- en suikerhuishouding, en een ongezonde leefstijl verklaren een deel van het gevonden verband tussen depressie en angststoornissen en kortere telomeren. Dit onderdeel van de studie deed Verhoeven samen met een collega, dr. Dóra Révész, die afgelopen vrijdag promoveerde op een ander onderzoek naar cellulaire veroudering.

Uitdaging

In haar proefschrift vond Josine Verhoeven dat telomeerlengte niet mee veranderde met veranderingen in kenmerken van depressie of angststoornissen over zes jaar tijd. De telomeren van mensen met een chronische depressie werden bijvoorbeeld niet versneld korter. De uitdaging voor vervolgonderzoek is daarom om te onderzoeken wáár in de levensloop dit verschil in telomeerlengte tussen mensen mét en zonder depressie en angststoornissen ontstaat. Hebben zulke stoornissen daadwerkelijk een directe uitwerking op het verkorten van telomeren of ligt er een derde factor, zoals bijvoorbeeld erfelijkheid, ten grondslag ligt aan de relatie?

Bron: ggznieuws.nl / ggzingeest.nl

Foto: Hermes Rivera on Unsplash